Reservepositie

Hierna volgt een opsomming van de stand van de eigen financieringsmiddelen per 1 januari 2026 en 1 januari 2027. Hierbij maken we onderscheid tussen algemene reserves, bestemmingsreserves en voorzieningen (x € 1.000).

 

2026

2027

Algemene reserve

 

 

    - waarvan geblokkeerd

23.141 23.141

    - waarvan vrij besteedbaar

16.774 16.811

Bestemmingsreserves

18.332 19.154

Voorzieningen

11.745 11.688

Totaal reserves en voorzieningen

69.992

70.794

Voor de robuustheid van de gemeentelijke financiële positie noodzakelijk dat we over een vrij besteedbare reserve beschikken. Die moet minimaal gelijk zijn aan de uitgangspunten in de nota risicomanagement en het financieel weerstandsvermogen. De minimaal benodigde weerstandscapaciteit € 3,8 miljoen. Voor zowel 2027, 2028, 2029 en 2030 is de algemene reserve vrij besteedbaar boven deze grens. 

Op basis van de voorstellen kennen de reservepositie en de weerstandsnorm de volgende ontwikkeling  (per 31 december) (x € 1.000):

 

2027

2028

2029

2030

Vrije besteedbare reserves

15.584

13.496

11.513

9.616

 

 

 

 

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

17.590

13.208 10.816 9.003

Benodigde weerstandscapaciteit

-3.875

-3.875

-3.875

-3.875

Weerstandscapaciteit boven de norm

13.715

9.333

6.941

5.128

(In deze prognose zijn de ontwikkelingen rondom het Hulshof Herwalt terrein nog niet meegenomen. Dit kan in de toekomst effect hebben op de ruimte in de vrije besteedbare reserves.)

Ontwikkeling algemene uitkering

Wij hebben de voorlopige effecten van de meicirculaire in het meerjarenperspectief meegenomen (x € 1.000).

 

 

2028

2029

2030

 

 

 

 

Ontwikkeling algemene uitkering

-2.021

-3.445

-2.538

Ontwikkeling integratie uitkering

-291

-587

-888

Ontwikkeling decentralisatie uitkeringen

-1.012

-1.021

-1.017

Ontwikkeling cumulatief (t.o.v. 2027)

-3.324

-5.054

-4.443

De algemene uitkering is voor alle jaren lager dan in 2027.  Een uitgebreide toelichting hierop is te lezen onder 'Meerjarenbeeld'.