Paragraaf 4: Financiering

Inleiding paragraaf 4

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Inleiding paragraaf 4

De treasuryfunctie van de gemeente richt zich op het beheren van financiële middelen, geldstromen, leningen en risico’s. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en het gemeentelijke treasurystatuut. Het doel van treasury is het waarborgen van voldoende financiële middelen om aan de verplichtingen van de gemeente te kunnen voldoen, tegen zo laag mogelijke kosten en met een verantwoord risicoprofiel.

De belangrijkste doelstellingen van de treasuryfunctie zijn:

  • het waarborgen van voldoende liquiditeit;
  • het beheersen van financiële risico’s binnen de wettelijke en lokale kaders;
  • het minimaliseren van rentelasten;
  • het optimaliseren van renteopbrengsten binnen het vastgestelde risicoprofiel.

Binnen de treasuryfunctie kunnen verschillende risico’s optreden, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en koersrisico’s. Voor de gemeente Oost Gelre zijn met name renterisico’s en kredietrisico’s relevant. Deze worden binnen de geldende wet- en regelgeving actief beheerst.

Ontwikkeling rentepercentage 2027

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Ontwikkeling rentepercentage 2027

De financiering van onze activa vindt plaats met interne middelen (reserves en voorzieningen) en met extern aangetrokken geldleningen. De rentelasten van de financieringsmiddelen belasten we intern door aan de diverse producten door middel van de renteomslag. Voor de begroting 2027 houden we 2% rente aan, waarbij we rekening houden met een voordelig financieringsresultaat van € 70.473. De komende verwachte financieringsresultaten zijn verwerkt in het meerjarenperspectief. Voor de grondexploitaties werken we met een rente van 1%.

Kasgeldlimiet (renterisico op korte schuld)

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Kasgeldlimiet (renterisico op korte schuld)

In de Wet Fido is een begrenzing opgenomen van de kortlopende middelen die gemeenten mogen opnemen; de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet voor 2027 is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal van € 105.505.300, ofwel € 8.967.950. Bij overschrijding moeten wij weer binnen de norm voor het kort geld (< 1 jaar) komen door het aantrekken van lang geld (> 1 jaar). Wij streven ernaar om - binnen de wettelijke grenzen van de kasgeldlimiet - optimaal gebruik te maken van deze financieringsbehoefte, tenzij we een rentestijging op de kapitaalmarkt (lang geld) voorzien. De voordelen hiervan zijn lagere rentekosten en maximale flexibiliteit in de leningenportefeuille.

Renterisiconorm (renterisico op lange schuld)

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Renterisiconorm (renterisico op lange schuld)

De renterisiconorm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. Het renterisico wordt bepaald door de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherzieningen op de vaste schuld. Het percentage voor de risiconorm is volgens een ministeriële regeling vastgesteld op 20%. Maximaal 20% van het begrotingstotaal mag dus worden vernieuwd (herfinanciering en/of renteherziening). Doel is dat we onze vaste leningenportefeuille zodanig spreiden dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren zijn gespreid.

 

Renterisiconorm

Begroot 2027

Begroot 2028

Begroot 2029

Renteherzieningen

0

0

0

Aflossingen

€ 14.200.000 € 12.900.000 € 11.850.000

Renterisico

€ 14.200.000 € 12.900.000
€ 11.850.000

 

     

Vastgestelde renterisiconorm

20%

20%

20%

Renterisiconorm

€ 21.101.000 € 21.101.000 € 21.101.000

 

 

 

 

Toets renterisiconorm

Begroot 2027

Begroot 2028

Begroot 2029

Renterisico

€ 14.200.000 € 12.900.000 € 11.850.000

Renterisiconorm

€ 21.101.000 € 21.101.000 € 21.101.000

Ruimte

€ 6.901.000 € 8.201.000 € 9.251.000

 

Kredietrisico

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Kredietrisico

Kredietrisico’s hebben betrekking op het risico dat leningen of verstrekte garanties niet of niet volledig worden terugbetaald. Op grond van het treasurystatuut mogen leningen en garanties uitsluitend worden verstrekt wanneer deze bijdragen aan een publieke taak. Daarnaast mogen overtollige middelen alleen worden uitgezet op een prudente wijze, waarbij veiligheid en behoud van kapitaal voorop staan en geen sprake is van het aangaan van onnodige risico’s om rendement te behalen.

Onderstaand overzicht geeft de samenstelling weer van de verstrekte geldleningen en gemeentegaranties per 31 december 2025, uitgesplitst naar risicocategorie.

Risicogroep

(hypothecaire)zekerheid

Restant schuld (x € 1.000)

1. Woningcorporaties

Ja

30.297

2. Instellingen ouderenzorg

Ja

484

3. Nutsbedrijven

  0

4. Sport en culturele instellingen

  723

5. Ambtenaren

Ja

1.332

6. Stg Careaz

 

1.585

7. Gebiedsonderneming Laarberg

 

7.000

8. SvN

 

4.350

9. Stadsverwarmingsnet

 

317

10. Toekomstbestendig wonen

 

2.880

In de tabel zijn geldleningen en garanties verstrekt voor het verrichten van de publieke taak. De onder 4 verstrekte gelden ondersteunen zes instellingen met een sportief of sociaal-cultureel doel. De geldleningen aan ambtenaren zijn verstrekt op grond van de destijds bestaande hypotheekregelingen.

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Leningenportefeuille

De leningenportefeuille vermeldt de omvang, het verloop en de gemiddelde rente van de opgenomen geldleningen voor de financiering van gemeentelijke taken.

 

Leningenportefeuille (inclusief mutaties)

Bedrag

Gemiddelde rente

Stand per 1 januari 2027

80.375.000 1,18%

Reguliere aflossingen in 2027

14.200.000  

Stand per 31 december 2027

66.175.000 1,3%

 

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Schatkistbankieren

Schatkistbankieren houdt in dat lagere overheden zoals gemeenten, provincies en waterschappen hun geld niet meer kunnen onderbrengen bij reguliere banken, maar verplicht zijn dit bij het Rijk dan wel medeoverheid te doen. Dit geldt vanaf 2013. Het tijdelijk uitzetten van geld bij derden is verleden tijd.
Alle overtollige middelen in de schatkist moeten we aanhouden. Er zijn vier uitzonderingen: nazorgfondsen zoals die zijn ingesteld op basis van de wet Milieubeheer, middelen op een geblokkeerde rekening bij de belastingdienst, bestaande beleggingen (peildatum 4 juni 2012) en een drempelbedrag. Het drempelbedrag is een minimumbedrag dat gemiddeld buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag voor onze omvang is 2% (dit percentage wordt gehanteerd bij een begrotingstotaal lager dan € 500 miljoen) van het begrotingstotaal (€ 105.505.300), € 2.110.106

Rentelasten 2027

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Rentelasten 2027

In deze Programmabegroting voor 2027 gaan we voor zowel de rente over de eigen financieringsmiddelen als over de eventueel nog aan te trekken externe financieringsmiddelen uit van een rentepercentage van 2%. De ontwikkeling van de rente is moeilijk te voorspellen. 
Het financieringsresultaat hebben wij verantwoord als baat bij het taakveld treasury.

     
a) De externe rentelasten over de korte en lange financiering   1.627
b) De externe rentebaten (idem)   105
Saldo rentelasten en rentebaten   1.522
c1) De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend 0  
c2) De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0  
c3) De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0  
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente   1.522
d1) Rente over eigen vermogen   1.182
d2) Rente over voorzieningen   0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente   2.704
e) De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)   2.775
Renteresultaat op het taakveld Treasury   -70

* Externe rentelast betreft de rente over aangetrokken geldleningen.
** Financieringsresultaat vloeit voort uit de extreem lage rentestand waar tegenover staat dat aan bepaalde investeringen een vast rentepercentage wordt toegerekend welke hoger is dan de marktrente.