Paragraaf 7: Lokale heffingen

Overzicht lokale heffingen

Terug naar navigatie - Overzicht lokale heffingen

Inleiding
De gemeentelijke belastingen en heffingen vormen een belangrijk onderdeel van onze algemene dekkingsmiddelen.

Overzicht lokale heffingen
De lokale heffingen bestaan uit belastingen en heffingen. De belastingen moeten de algemene uitgaven van de gemeente dekken en zijn in principe vrij besteedbaar. De heffingen dekken de kosten die wij maken voor individuele dienstverlening aan de burger (bijvoorbeeld rioolheffing en afvalstoffenheffing). Die zijn dus niet vrij besteedbaar.

In de begroting 2021 hebben wij de begrote bedragen opgenomen voor de heffingen. Ter vergelijking zijn ook de cijfers van de jaarrekening 2019 en de begroting 2020 vermeld.

Omschrijving Jaarrekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
Onroerende zaakbelasting (ozb) 5.788.073 6.178.260 6.213.260
Hondenbelasting 115.166 116.717 118.701
Toeristenbelasting 641.726 680.000 680.000
Precariobelasting 17.421 5.855 16.125
Reclamebelasting 59.167 57.281 58.255
Bouwleges 735.534 450.000 503.654
Afvalstoffenheffing 1.913.619 2.396.050 2.524.245
Rioolheffing 2.552.987 2.752.000 2.752.000
Marktgelden 11.517 12.942 13.162
Overige leges 571.622 581.043 565.747
Totaal 12.406.832 13.230.148 13.445.149

 

Tarieven beleid

Voor diverse lokale heffingen gelden wettelijke voorschriften. Zo geldt bij heffingen dat de opbrengst maximaal 100% van de kosten mag bedragen. Voorbeelden hiervan zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bij de overige lokale heffingen mogen de opbrengsten van de totale legesverordening de kosten niet overschrijden.

Algemene uitgangspunten

Onze heffingen zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid. De tarieven van de lokale heffingen worden jaarlijks gecorrigeerd met het inflatiepercentage. Voor het jaar 2021 gaan we uit van een inflatiecorrectie van 1,7%.

Kostendekkende tarieven

Voor de tarieven van de riool- en afvalstoffenheffing geldt het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid, inclusief omzetbelasting. De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffing stellen we jaarlijks vast op basis van de verwachte kosten. De werkelijke kosten kunnen dus afwijken. Bij het samenstellen van de jaarrekening moet blijken of de heffingen correct zijn vastgesteld en verrekenen we eventuele verschillen. Deze verschillen nemen we bij de eerstvolgende begroting mee in de berekening van de voorgestelde tarieven voor dat begrotingsjaar. De definitieve tariefvoorstellen voor belastingen, leges en heffingen bieden we december 2020 ter vaststelling aan.

Toerekening overhead

De overheadkosten rekenen we naar rato van de bestede formatie wat betrekking heeft op het taakveld. We hanteren de volgende overheadkosten: automatisering, huisvesting, overige personeelskosten, financiën en archief. Dit delen we door het aantal fte van de gehele organisatie. De overige overheadkosten rekenen we naar rato van het aandeel in de begrote lasten voor mutaties reserves gedeeld door het aantal fte. Het toegerekende bedrag voor overhead is het bedrag per fte vermenigvuldigd met inzet fte per taakveld.

Leges

Terug naar navigatie - Leges

De tarieven van de leges zijn opgenomen in de legesverordening. Die wordt u in december ter vaststelling aangeboden. Om u inzicht te geven in de begrote lasten en opbrengsten geven wij dit per hoofdstuk weer volgens de legesverordening.
Voor de begrote lasten zijn in deze tabel geen overheadkosten gerekend. Simpelweg omdat wij niet kunnen garanderen dat deze kosten ook daadwerkelijk zijn toe te rekenen op hoofdstuk- en titelniveau en op een totaalniveau van de begrote opbrengsten van de leges. Daarbij hebben veel hoofdstukken een te bescheiden omvang en staan daar ook geen begrote opbrengsten tegenover.
Ook zijn niet alle personele lasten meegenomen. Wij werken niet met een urenregistratie en uren voor bijvoorbeeld bezwaar, handhaving en beleidsvorming moeten buiten de leges worden gehouden. Om die reden hebben wij bij de titels alleen de salarislasten vermeld voor de medewerkers burgerzaken (titel 1), vergunningverleners bouwen (titel 2) en vergunningverleners voor horeca en APV (titel 3).
Gemeentelijke leges mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Waarbij gekeken wordt naar de totale kosten versus totale legesopbrengsten (zgn. kruisbestuiving). Uit de tabel blijkt dat de begrote opbrengsten de lasten niet overschrijden. We voldoen daarmee ruimschoots aan de norm voor 100% kostendekkendheid.

Hoofdstuk

Omschrijving

Lasten

Baten

Saldo

Titel 1

Algemene dienstverlening

-548.765 0 -548.765

1.

Burgerlijke stand

-9.838 14.071 4.233

2.

Reisdocumenten, rijbewijzen en overige leges

-195.713 225.000 29.287

4.

Verstrekking uit de basisregistratie personen

0 0 0

5.

Verstrekking uit het kiezersregister

0 0 0

6.

Verstrekking op grond van Wet Bescherming persoonsgegevens

0 0 0

8.

Vastgoedinformatie

0 0 0

9.

Overige publiekszaken

0 0 0

10.

Gemeentearchief

0 0 0

11.

Markten

-14.757 13.162 -1.595

12.

Winkeltijdenwet

0 0 0

13.

Kansspelen

0 0 0

14.

Kabels en leidingen

0 18.385 18.385

15.

Verkeer en vervoer

0 1.611 1.611

16.

Leegstandwet

0 0 0

17.

Diversen

-44.289 50.142 5.853

Titel 2

Omgevingsvergunning

-679.180 744.942 65.762

Titel 3

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

-405.779 15.250 -390.529

 

Totaal

-1.898.321 1.082.563 -815.758

Tabel 2.11 Begrote lasten en opbrengsten leges

Ontwikkeling van de divers lokale heffingen

Terug naar navigatie - Ontwikkeling van de divers lokale heffingen

Onroerendezaakbelasting
Onze belangrijkste autonome inkomstenbron is de onroerende zaakbelasting (ozb). De waarde van het onroerend goed vormt de basis voor de belastingheffing. De hoogte van de ozb berekenen we naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Voor de ozb stellen wij voor uit financiële noodzaak om naast de trendmatige verhoging een extra verhoging van het tarief door te voeren met 2% voor de jaren 2021 en 2022.

Afvalstoffenheffing
De kosten voor het ophalen en verwerken van de afvalstromen van de huishoudens mogen wij doorberekenen aan onze burgers. De afvalstoffenheffing gebeurt volgens het Diftar. Diftar staat voor: geDIFferentieerd TARief afvalstoffenheffing; de vervuiler betaalt. Diftar betekent in de praktijk dat elk huishouden betaalt voor het gescheiden inzamelen van afval en een basisbedrag betaalt. De heffing van 2021 geschiedt op basis van het aantal ledigingen. Een deel van de huishoudens (buitengebied) heeft rest-afval-containers. Het andere deel van de huishoudens betaalt per afgifte in de ondergrondse containers. Al het andere afval zit verwerkt in het vastrecht (dus ongeacht de hoeveelheid per individueel huishouden). Het definitieve tariefvoorstel wordt in december 2020 vastgesteld.

Berekening van kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Kosten taakveld 7.3 afval, incl. omslagrente

€  2.413.681

Inkomsten taakveld 7.3 afval, excl. heffingen

€     529.043

Netto kosten taakveld 7.3 afval

€  1.884.638

 

 

Toe te rekenen kosten

€       84.615

Overhead

€       40.819

BTW

€     491.360

Totale kosten

€  2.501.432

 

 

Opbrengst heffingen

€  2.524.245

Dekkingspercentage

    100,9%

Tabel 2.12 Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

 

De toegerekende kosten bestaan uit kwijtschelding, 50% aan servicekosten voor de administratieve verwerking van de aanslagoplegging en 20% van de kosten van het straatvegen i.v.m. zwerfafval.

 

Ontwikkeling tarieven afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing

2020

2021

 

 

 

Vastrecht

        €      181,43

    €       187,50

Tarief per lediging (container)

€         5,84

€          5,84

Tarief per lediging (zak)

€         1,20

€          1,20

Tabel 2.13 Ontwikkeling tarieven afvalstoffenheffing

 

Rioolheffing

Onder de naam rioolheffing mogen we een belasting heffen ter bestrijding van de kosten voor de gemeente die verbonden zijn aan:
a) De inzameling en transport van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater en de zuivering van huishoudelijk afvalwater in een IBA
b) De inzameling transport en verwerking van afvloeiend hemelwater
c) Het treffen van maatregelen om de nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken
We mogen deze heffing aan de gebruikers van het riool opleggen. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. De aanslagoplegging en incasso is uitbesteed aan Vitens.

Berekening van kostendekkendheid rioolheffing

Kosten taakveld 7.2 riolering, incl. omslagrente

€   2.205.535

Inkomsten taakveld 7.2 riolering, excl. heffingen

€         3.835

Netto kosten taakveld 7.2 riolering

€   2.201.700

 

 

Toe te rekenen kosten

€      101.138

Overhead

€      102.048

BTW

€     462.023

Totale kosten

€  2.866.909

 

 

Opbrengst heffingen

€  2.808.000

Dekkingspercentage

   97,9%

Tabel 2.14 Kostendekkendheid rioolheffing

 

De toegerekende kosten bestaat voor een deel uit straatvegen en kwijtschelding.
Straatvegen doen we om drie redenen:
1. Voor het transporten van afvloeiend hemelwater
2. Het opruimen van zwerfvuil (zowel vanuit functionele als vanuit esthetische redenen)
3. Onkruidbestrijding (we willen geen ongewenste kruiden en grassen in de goot).

Een exacte verdeling tussen de drie redenen is niet te bepalen, maar omdat wij een groene gemeente zijn, is het aandeel bladafval en ongewenste kruiden relatief wat groter dan het zwerfvuil. Bladafval en ongewenste kruiden verstopt de kolken van het rioolstelsel en veroorzaakt gladheid en daarom weegt die functie zwaarder mee. Op grond van bovenstaande inschatting rekening wij 40% toe aan de rioolheffing, 40% aan wegenonderhoud en 20% aan de afvalstoffenheffing.

 

Ontwikkeling tarieven rioolheffing

Rioolheffing

2020

2021

 

 

 

Tarief per m³

€ 1,20

€ 1,30

Tabel 2.15 Ontwikkeling tarieven rioolheffing

 

Hondenbelasting

Wij mogen hondenbelasting opleggen. De opbrengst van de hondenbelasting is bestemd voor de algemene middelen. Dit betekent dat we de belasting niet specifiek  hoeven besteden aan doelen die van tevoren zijn vastgesteld. Wij hebben voor de hondenbelasting een progressief tarievenstelsel vastgesteld, waarbij de eigenaar met meer dan één hond een hoger bedrag per hond betaalt.

 

Ontwikkeling tarieven hondenbelasting

Hondenbelasting

2020

2021

 

 

 

Eén hond

€    53,84

€    54,92

2e en elke volgende hond, per hond

€    83,56

€    85,23

Kenneltarief

€  211,43

€  215,66

Tabel 2.16 Ontwikkeling tarieven hondenbelasting

 

Toeristenbelasting

Wij heffen vergoeding voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding door personen die niet in de gemeente woonachtig zijn. De belasting wordt opgelegd aan degene die gelegenheid biedt tot verblijf.

 

Ontwikkeling tarieven toeristenbelasting

Toeristenbelasting

2020

2021

 

 

 

Per persoon per overnachting

€    1,30

€   1,33

Tabel 2.17 Ontwikkeling tarieven toeristenbelasting

Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Lokale lastendruk

In tabel 2.18 staat wat een gemiddeld huishouden in de gemeente Oost Gelre in 2021 aan gemeentelijke heffingen gaat betalen.

 

Gezin wonend in een eigen huis (waarde € 230.000) en één hond

 

Situatie 2020

Situatie 2021

Onroerende zaakbelasting

€   349,06

€   363,00

Hondenbelasting

 €      53,84 €      54,92

Afvalstoffenheffing (gemiddeld aantal ledigingen)

€   199,43 €   205,50

Rioolrecht (bij een verbruik van 120 m3)

€   144,0 €   156,00

Totaal

€   746,33 €   779,42

 

 

Gezin wonend in een huurhuis en één hond

 

Situatie 2020

Situatie 2021

Hondenbelasting

€      53,84 €      54,92

Afvalstoffenheffing (gemiddeld aantal ledigingen)

€   199,43 €   205,50

Rioolrecht (bij een verbruik van 120 m³)

€   144,00 €   156,00

 

   

Totaal

€   397,27 €   416,42

Tabel 2.18 Situatie lokale lastendruk gemiddeld huishouden

De belastingdruk per inwoner is het totaal van de opbrengsten van de onroerendezaakbelasting, rioolrechten en afvalstoffenheffing gedeeld door het totaal aantal inwoners. Onderstaand overzicht geeft het verloop over de jaren 2016 t/m 2020 van de omringende gemeenten.

Belastingdruk per inwoner

2016

2017

2018

2019

2020

Aalten

268 279 284 281 287

Berkelland

384 397 405 416 396

Bronckhorst

391 397 405 414 456

Montferland

352 361 362 387 405

Oost Gelre

322 314 323 334 387

Oude IJsselstreek

355 371 370 377 422

Winterswijk

393 394 392 407 432

Tabel 2.19 Belastingdruk per inwoner

Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid

Wij zijn bevoegd om kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Bij ons is het kwijtscheldingsbeleid van toepassing op de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerende zaakbelasting. We passen het meest ruime kwijtscheldingsbeleid toe en verlenen automatisch kwijtschelding aan bijstandsgerechtigden.

Kwijtschelding

 

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Verleende kwijtschelding

€  103.552

€ 110.000

€  112.000

Aantallen

385

400

400

Tabel 2.20 Kwijtschelding