Paragraaf 1: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Wij leggen een relatie tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Dat geeft inzicht in de robuustheid van onze rekening. Het weerstandsvermogen is de verhouding van de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij kunnen beschikken om niet-begrote kosten op te vangen.

Beleid weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Beleid weerstandsvermogen

Het beleid over integraal risicomanagement en het aan te houden weerstandsvermogen hebben wij uitgewerkt in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Op basis van informatie uit de risico-inventarisatie, zie pagina 70, doen we met behulp van een risicosimulatie een uitspraak over de financiële gevolgen van de gedefinieerde risico’s. De kans en impact van alle individuele en gezamenlijke risico’s is hiermee bepaald. Met behulp van dit model kunnen we een uitspraak doen over de gemiddelde en maximaal te verwachten schadelast.

De gewenste omvang van het weerstandsvermogen ontstaat op basis van inzicht in de risico’s, de financiële consequenties en de mogelijkheden om deze risico’s te beheersen of af te dekken. Het is noodzakelijk om risico’s te onderkennen maar niet mogelijk om alle financiële risico’s volledig af te dekken, want dat zou betekenen dat alle financiële mogelijkheden worden verbruikt. De financiële risico’s komen ook nooit in één keer samen, maar fasegewijs.

Beschikbare weerstandscapaciteit (incidenteel en structureel)

Terug naar navigatie - Beschikbare weerstandscapaciteit (incidenteel en structureel)

 

Incidentele  weerstandscapaciteit

Rekeningresultaat

614.826

Algemene reserve (vrij besteedbaar)

1.808.179

Onvoorziene incidentele uitgaven

66.825

 

 

Totaal

2.489.830

Tabel 2.1 incidentele weerstandscapaciteit

Structurele weerstandscapaciteit
Onbenutte belastingcapaciteit voor gemeentelijke belastingen en heffingen 1.300.691
Rentebaten algemene reserve (vrij besteedbaar) 29.207
   
Totaal 1.329.898

Tabel 2.2 structurele weerstandscapaciteit

 

Benodigde weerstandscapaciteit volgens risico simulatie

Terug naar navigatie - Benodigde weerstandscapaciteit volgens risico simulatie

De benodigde weerstandscapaciteit berekenen we jaarlijks bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening op basis van de op dat moment gewaardeerde risico’s.
Op basis van ons risicoprofiel hebben wij een berekening gemaakt van de benodigde weerstandscapaciteit. We hebben ruim 30 risico’s (zie bijlage op pagina xx) beschreven en gekwantificeerd.

De berekende gemiddelde schadelast bedraagt € 1.657.500 en de maximale schadelast is becijferd op € 2.540.000. De uiteindelijke beoordeling van het weerstandsvermogen wordt via een ratio berekend:

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit
De ratio van het weerstandsvermogen geeft aan hoe het weerstandsvermogen gewaardeerd wordt. Bij het bepalen van de ratio’s gaan we uit van de gemiddelde schadelast. Dit resulteert in de weerstandsratio in tabel 2.3.

Weerstandsratio = Ratio weerstandsvermogen
   
Weerstandsratio Ratio Waardering
Totaal weerstandsvermogen 2,3 Uitstekend

Tabel 2.3 Weerstandsratio

Wij streven een waardering na die minimaal als voldoende wordt omschreven. Dit komt erop neer dat sprake is van voldoende weerstandsvermogen als de beschikbare weerstandscapaciteit hoger of gelijk is dan de benodigde weerstandscapaciteit (dus ≥1,0). Uiteindelijk kunnen we concluderen dat onze weerstandscapaciteit uitstekend is.

Risico-inventarisatie gemeente Oost Gelre

De voor de bepaling van onze weerstandscapaciteit relevante risico’s staan in onderstaande risico-inventarisatie. Voor elk risico hebben wij:

  • oorzaak en gevolg in beeld gebracht;
  • de beheersmaatregelen ter voorkoming en ter beheersing genoemd;
  • het risico gewaardeerd (kans en financieel gevolg ingeschat).

Verkorte beschrijving van de belangrijkste financiële risico's

Terug naar navigatie - Verkorte beschrijving van de belangrijkste financiële risico's

In onderstaande tabel treft u een verkorte beschrijving van de belangrijkste financiële risico’s aan:

Projecten en Investeringen

 

Bouwgrondexploitatie

Bij de grondexploitaties gaat het om prognoses van opbrengsten en kosten. De feitelijke kosten en opbrengsten kunnen bij realisatie afwijken van wat gepland is.

Maatregel:

Dekking van eventuele verliezen door aanwending van de reserve bouwgrondexploitatie.

Jaarlijkse herziening en beoordeling van de Grex om tijdig te kunnen bijsturen.

Regionaal bedrijventerrein De Laarberg

Bij de exploitatie van bedrijventerreinen gaat het om prognoses van opbrengsten en kosten. De feitelijke kosten en opbrengsten kunnen bij realisatie afwijken van wat gepland is.

Maatregel:

Jaarlijkse herziening en beoordeling van de Grex om tijdig te kunnen bijsturen.

Gemeentelijk vastgoed

Mogelijke afwaardering van boekwaarde gemeentelijk vastgoed.

Maatregel:

Herbestemming van gemeentelijk onroerend goed.

Onderwijshuisvesting

Verzoek om bijdrage in de bekostiging van nieuwbouw en/of renovatie van schoolgebouwen.

Maatregel:

Opstellen van een (meerjaren) onderwijshuisvestingsplan (nieuwbouw en vervangende nieuwbouw).

Open einde regelingen

 

Leerlingenvervoer

Overschrijding budget door groter beroep op deze voorziening.

Maatregel:

Sturen op schoolkeuze (school in woonplaats).

Wmo

Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Wmo te kunnen bekostigen.

Maatregel:

Contract- en leveranciersmanagement (CLM) - w.o. monitoring.

Jeugdwet

Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Jeugdwet te kunnen bekostigen

Maatregel:

Contract- en leveranciersmanagement (CLM) - w.o. monitoring. Risico- en kostenverevening op tekorten binnen samenwerkingsverband acht Achterhoekse gemeenten.

Participatiewet

Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Participatiewet te kunnen bekostigen.

Maatregel:

N.v.t.

Minimabeleid

Overschrijding budget minimabeleid.

Maatregel:

N.V.T. (open einderegeling)

Aansprakelijkheid

 

Inkoop- en contractmanagement

Risico op schadeclaims en / of mislopen aanbestedingsvoordelen.

Maatregel:

Inrichten van een contractmanagementsysteem en betrekken van inkoopadviseur bij aanbestedingstrajecten.

Vergunningverlening, handhaving en toezicht

Aansprakelijkheid van gemeente voor schade tijdens een evenement als gevolg van toezicht falen. Aansprakelijkheid van gemeente voor schade na afgifte van een bouwvergunning.

Maatregel:

Risicoaansprakelijkheidsverzekering.

Ketenbeheer

 

Gesubsidieerde instellingen

Misbruik en / of oneigenlijk gebruik van subsidies, niet voldoen aan prestatieafspraken.

Maatregel:

Periodiek contact tussen beleidsmedewerker en gesubsidieerde instelling.

Discontinuïteit zorg aan inwoners

Risico dat zorgaanbieders zich terugtrekken uit de markt of failliet gaan en de zorg duurder moet worden ingekocht.

Maatregel:

Periodiek contact tussen CLM en zorgaanbieder.

 

Verbonden partijen en deelnemingen

 

SDOA

De inkomsten uit detachering van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is lager dan geraamd.

Maatregel:

Focus op governance, actief managen van risico's, monitoren ontwikkelingen.

BNG (Bank Nederlandse Gemeenten)

Dividend is lager dan verwacht.

Maatregel:

N.v.t.

VNOG

Financieel tekort kan niet worden opgevangen binnen eigen begroting of weerstandsvermogen.

Maatregel:

Focus op governance, actief managen van risico's, monitoren ontwikkelingen.

Garantstellingen en gewaarborgde geldleningen

Risico dat door de gemeente verstrekte geldleningen niet (volledig) worden terugbetaald en / of aangesproken wordt op afgegeven

garantstellingen.

Maatregel:

Leningen en garanties worden enkel verstrekt aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen met uitzodering van de achtervang overeenkomst met WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw)

Middelenmanagement

 

Bouwleges

Risico op lagere inkomsten uit bouwleges dan geraamd.

Maatregel:

N.v.t.

Taakstellende bezuinigingen

Niet realiseren taakstellende bezuinigingen.

Maatregel:

Bewaking voorgang realisatie via reguliere tussentijdse rapportages.

Algemene Uitkering uit het Gemeenfonds

Risico is dat de inkomsten uit het Gemeentefonds afwijken van wat in de begroting geraamd is door: Ontwikkelingen in het accres (ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven); ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven (bijvoorbeeld aantal inwoners/woonruimten); effecten van taakmutaties (bijvoorbeeld bij nieuwe taken voor gemeenten); effecten van onder- en overschrijdingen van het plafond van het BTW compensatiefonds; de mogelijkheid van een eenzijdige korting door een nieuw kabinet.

Maatregel:

Op de voet volgen van ontwikkelingen en tijdig vertalen van de circulaires naar de begroting.

Bundeling Uitkering Inkomensvoorziening Gemeenten (BUIG)

Bij een tekort op de bekostiging van de 3D's kan aanspraak worden gedaan op de vangnetregeling. Een eventueel tekort wordt aangevuld onder aftrek van een eigen risico.

Financiering en rente risico

De rente op geld- en kapitaalmarkt in Europa zal in 2021 naar verwachting op een laag niveau blijven. De ECB zal de rente op de geldmarkt rond het nulpunt houden, de depositorente negatief houden en op de kapitaalmarkt zal de rente op een laag niveau blijven door de opkoopacties van obligaties door de ECB. Om de impact op de financiele crisis door het coronavirus te verzachten is het opkoopprogramma voor obligaties verruimd en is in de eerste helft van 2020 tot twee keer toe een extra opkoopprogramma aangekondigd. 

Maatregel:

Door een spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille aan te brengen beheersen we het renterisico op de vaste schuld. Door onze langlopende financiering te realiseren binnen de kaders van de renterisiconorm wordt het renterisico van de langlopende schuld op verantwoorde wijze beheerst.

 

Bedrijfsvoering

 

Werving en ontslag van personeel.

Toename wachtgeld- en / of pensioenverplichtingen door (politieke) ontwikkelingen.

Maatregel:

N.v.t.

Tekort aan gekwalificeerd personeel.

Maatregel:.

  • Overdragen van kennis van oudere naar jongere collega's,
  • We werken aan goede (secundaire) arbeidsvoorwaarden om daarmee een aantrekkelijke werkgever te blijven.

 

Beschikbaarheid gekwalificeerd personeel

Verschil tussen aanwezige en gewenste competenties (ontwikkeling ambtenaar 3.0).

Maatregel:

Wet zetten het instrument strategische personeelsplanning in. We brengen in beeld welke formatie nu en in de toekomst nodig is. Daarnaast stellen we vast over welke competenties onze medewerkers moeten beschikken.

Cybersecurity en privacy

 

Informatiebeveiliging

Gemeenten zijn voor steeds meer beleidsterreinen verantwoordelijk en maken daarbij gebruik van de mogelijkheden van informatie-uitwisseling. Bij de uitwisseling van informatie kunnen beveiligings- en privacy risico’s voordoen die een groot impact kunnen hebben (financieel en imago).

Maatregel:

Vanaf 1 januari 2020 hanteren we de Baseline Informatiebeveiliging Overheden als norm voor de informatieveiligheid in onze gemeente. De BIO is een doorontwikkeling van de BIG en is meer gericht op managen van de risico's. We voeren een baseline toets BIO uit en jaarlijks een audit uit conform de ENSIA systematiek. De mogelijkheid tot het verzekeren van schade a.g.v. security incidenten wordt onderzocht.

Wet- en regelgeving

 

Fiscale regels

Niet voldoen aan fiscale bepalingen met naheffing en boetes tot gevolg.

Maatregel:

Permanente educatie medewerkers financiën en periodieke scholing van budgethouders. Overleg met Belastingdienst en indien noodzakelijk inschakelen van een fiscalist.

Omgevingswet

Om de financiële impact van de invoering van de Omgevingswet te kunnen bepalen zou er naast het Dialoogmodel ook een landelijk Effectenmodel verschijnen om de financiële effecten in de exploitatiefase in beeld te kunnen brengen. Dit model komt er niet, maar wel een zogenaamde Werkwijze structurele effecten Omgevingswet. 

Maatregel:

Een risicoanalyse uitvoeren mede aan de hand van het Dialoogmodel en de Werkwijze structurele effecten Omgevingswet om de financiële impact na invoeringsdatum in beeld te brengen.  

 

Nadere toelichting van de belangrijkste financiële risico's

Terug naar navigatie - Nadere toelichting van de belangrijkste financiële risico's

Coronavirus (COVID-19)
In het voorjaar van 2020 zijn we geconfronteerd met het corona virus. Dat heeft onder andere gevolgen voor de ontwikkeling van onze financiële positie in 2020 en mogelijk voor de volgende jaren. We kunnen al wel aangeven dat de risico’s een negatief effect zullen hebben op de netto schuldquote, de solvabiliteit en het weerstandsvermogen.
We zien onder meer onzekerheden en potentiële (financiële) risico’s op de volgende terreinen:

• zorgverlening aan onze inwoners
• maatregelen in het kader van de gezondheid
• uitkeringen aan onze inwoners
• subsidieverlening aan verenigingen en andere instellingen
• ontwikkelingen in de grondexploitaties
• bedrijfsvoering van onze organisatie
• lopende en nieuw te starten projecten
• financiering en bekostiging van onze activiteiten
• heffing en invordering van lokale heffingen

Wij monitoren voortdurend de ontwikkelingen en de hieraan verbonden risico’s en gevolgen voor onze begrotingspositie. Waar mogelijk nemen we maatregelen om deze risico's te beheersen en/of de gevolgen hiervan te beperken.

Btw-compensatiefonds
Het btw-compensatiefonds (BCF) heeft vanaf 2015 een maximum. Bij overschrijding van dit maximum worden provincie en gemeente gekort op hun uitkering uit het Provincie- en Gemeentefonds. Voor de komende jaren wordt een daling van de ruimte onder het plafond verwacht. Dit wordt veroorzaakt doordat gemeenten en provincies meer zijn gaan declareren bij het btw-compensatiefonds. Daardoor gaan de uitgaven van het fonds omhoog en de ruimte onder het plafond omlaag. Ook voor de jaren 2020 tot en met 2023 is sprake van een afname van de ruimte onder het plafond. Voor het jaar 2020 komt dit pas tot uitdrukking bij de septembercirculaire.

Ontwikkeling van de algemene uitkering

Het rijk heeft de ontwikkeling van de algemene uitkering voor het jaar 2022 en volgende jaren bevroren. Dit heeft geleid tot een verslechtering van de financiële positie van € 1,1 miljoen ten opzichte van de kadernota voor de periode tot en met 2024. Het kabinet laat het aan de volgende coalitie over om verdere invulling te geven aan de ontwikkeling van de algemene uitkering.

Er zijn een aantal belangrijke onderzoeken in opdracht van het rijk gaande welke zullen leiden tot aanpassingen van de algemene uitkering. De herijking van het gemeentefonds heeft wellicht de meeste impact. Op basis van de eerste onderzoeksresultaten is sprake van een verschuiving van Oost naar West en van Platteland naar Stad. De herijking zal per 2022 gaan plaatsvinden.
In de ramingen voor de programmabegroting 2021 en volgende jaren is geen rekening gehouden met eventuele effecten van de herijking. Daarvoor is de uitkomst nog te ongewis.
Naar aanleiding van de eerste onderzoeksresultaten gaan gemeenten tot 30.000 inwoners er gemiddeld € 33,-- per inwoner op achteruit. Voor Oost Gelre zou dit leiden tot een verlaging van de algemene uitkering van € 980.000.
Er vindt onderzoek plaats naar het effect van de invoering van het abonnementstarief WMO waarbij de toename van de kosten veel hoger zijn dan in de compensatie middels de algemene uitkering rekening mee is gehouden.
Verder is nog onduidelijk, en neemt het kabinet er geen besluit over, of de extra toegekende rijksmiddelen voor jeugdhulp tot en met 2021 structureel worden toegevoegd aan het gemeentefonds.
Tot slot zij opgemerkt dat over het woonplaatsbeginsel nog steeds niet definitief besluit is genomen.
Hiermee blijft Oost Gelre een (incidenteel) financieel risico lopen aangezien de compensatie eerst 2 jaar na dato plaatsvindt.

Wat het effect van de Coronacrisis is, kunnen we op dit moment nog niet bepalen. Door het rijk is compensatie op diverse onderdelen toegezegd. Middels de algemene uitkering is (d.d. 1-8-2020)
een bedrag van € 805.000 beschikbaar gesteld en voor de TOZO regeling € 5 miljoen.
Wel is door het Rijk aangegeven dat veel van de extra maatregelen die het kabinet heeft getroffen om de crisis te bestrijden, niet leiden tot een hoger accres. Dit omdat ze buiten de zogenaamde financiële kaders worden opgevangen en daarmee niet bijdragen aan de hoogte van het gemeentefonds, volgens de begrotingssystematiek.

Openeinderegelingen
Minimabeleid, schuldhulpverlening en leerlingenvervoer zijn zogenoemde openeinderegelingen waarbij vooral de afgelopen jaren het beroep op de schuldhulpverlening aanzienlijk is toegenomen. Ook binnen de regeling leerlingenvervoer kunnen door omstandigheden de kosten aanzienlijk oplopen.

Wmo
Vanaf 2018 zien we de vraag naar professionele ondersteuning stijgen. Wat we al verwachtten, gebeurt: als mensen (vaak 75+) nu professionele ondersteuning nodig hebben, nadat ze eerst van het voorliggende veld gebruik hebben gemaakt, is er sprake van een zwaardere en complexere ondersteuningsvraag. Het is ook deze groep die, zoals het Rijk wilde, nu langer zelfstandig blijft wonen. Wij betalen daarvoor de rekening (o.a. door woningaanpassingen en hulp bij het huishouden).
Naast de toename van de hulpvraag hebben we ook te maken met de gevolgen van het rijksbeleid.
In het bijzonder de maatregel van de verlaging van de eigen bijdrage Wmo. Inwoners betalen sinds 1 januari 2019 een eigen bijdrage van ten hoogste € 17,50 per 4 weken. Een andere maatregel vanuit het rijksbeleid is de uitvoering van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële prijs Wmo. Deze maatregel stelt regels voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van een voorziening. De AMvB Reële prijs Wmo 2015 regelt hoe een reële kostprijs moet worden vastgesteld. Vanaf medio 2019 zijn tarieven gehanteerd op basis van deze AMvB. Deze wijziging heeft geleid tot een forse verhoging van de uitgaven.
Beide maatregelen hebben geleid tot een stijging van de uitgaven met meer dan € 1 miljoen.

Jeugdzorg

Ook uit het meest recent gehouden cliënttevredenheidsonderzoek over 2019 blijkt dat onze inwoners tevreden zijn over de manier waarop we de jeugdzorg hebben ingericht. Inwoners weten waar ze terecht kunnen met hun vraag, voelen zich serieus genomen en worden snel geholpen. Er valt geen jeugdige tussen wal en schip, we kennen nauwelijks wachtlijsten en geen cliëntenstop. De invloed op de verwijzingen binnen de Jeugdzorg neemt steeds verder toe door bekendheid van ons loket en Ondersteuningsteam (OT). Het merendeel (ongeveer 60%) van de verwijzingen naar 2e lijns zorg wordt inmiddels geïndiceerd door de gemeente.
We zetten vol in op preventie en verdere samenwerking met de huisartsen (middels de Praktijkondersteuners Huisartsen). Inmiddels hebben we een dekkingspercentage van 76%. Dit betekent dat 76% van onze inwoners aangesloten is bij een huisartsenpraktijk waar een POH jeugd binnen de praktijk werkzaam is. Doel is om te normaliseren en dure verwijzing naar 2e lijns zorg te voorkomen.
Op een ander deel van de jeugdhulp hebben we geen invloed. Jeugdhulp kan immers ook ingezet worden door de rechter en de Gecertificeerde instellingen (GI’s). Op deze verwijzingen hebben wij geen invloed. Het gaat hier om zeer intensieve vormen van jeugdhulp die ook zeer kostbaar zijn, zoals Jeugdzorg Plus. Jeugdhulpaanbieder Horizon in Harreveld biedt deze vorm van jeugdhulp aan. Dat brengt voor ons een groot financieel risico met zich mee. Want volgens het woonplaatsbeginsel is het zo dat de gemeente waar de jeugdige verblijft, financieel verantwoordelijk is als de ouders het gezag niet meer hebben. We worden hiervoor wel extra gecompenseerd door het Rijk, maar deze compensatie loopt twee jaar achter. We zien vanaf 2015 alleen maar een stijging van de kosten voor deze vorm van zorg. Een structurele oplossing voor deze problematiek is in de maak. Inmiddels is duidelijk dat er een wetswijzing (2022) op komst is waardoor de gemeenten van herkomst altijd verantwoordelijk zijn voor de zorg, ook als er sprake is van voogdij. Voorlopig blijven we echter financieel verantwoordelijk met alle risico’s voor het lopende begrotingsjaar.

Participatiewet
We willen bereiken dat zoveel mogelijk mensen deelnemen aan het arbeidsproces en in de samenleving. Dit gaan we bereiken door integratie van de taken in het sociaal domein. Niet de wet staat centraal maar de vraag van onze inwoners. Hiervoor hebben we 1 verordening voor het sociaal domein vastgesteld en zijn we bezig met de implementatie van de bestuursopdracht 'Samen aan het Stuur'.
Wij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Particiaptiewet. Deze uitvoering (zoals het verstrekken van uitkeringen en het zoveel mogelijk regulier aan het werk helpen van werkzoekenden) hebben wij bij de (GR) SDOA belegd. Wij dragen echter de financiële risico’s. De huidige crisis veroorzaakt door de maatregelen om Corona te beteugelen hebben impact op onze economie en zorgen ook voor een toename van het aantal uitkeringsgerechtigden. Onzeker is of de bijdrage van het rijk (BUIG) ook zal stijgen.

Gebundelde uitkering (BUIG)
Wij ontvangen een gebundelde uitkering (de BUIG) om daarmee de uitkeringen in het kader van de Participatiewet te bekostigen. De Participatiewet kent een budgettering systematiek. Dit is een financieringssystematiek die zo is ingericht dat het gemeenten moet prikkelen om zoveel mogelijk mensen uit de uitkering en aan het werk te helpen en te houden. De gebundelde uitkering is een ongeoormerkt budget. Wij mogen een overschot op het budget vrij besteden, maar moeten een tekort op het budget in beginsel zelf opvangen.

Gemeenten die tekorten hebben op hun budget op grond van de Wwb/PW moeten deze tekorten in beginsel opvangen uit eigen middelen. Gemeenten die een omvangrijk tekort hebben, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een aanvullend budget, de zogenaamde vangnetregeling. We hebben meermalen een beroep gedaan op deze vangnetregeling. Op basis van de huidige gegevens zullen we ook over 2020 en 2021 een beroep moeten doen op de vangnetuitkering.

Uitvoering Wsw
De wijze van uitvoering van de Wsw is belegd bij de SDOA en WBO. Deze organisaties zullen worden samengevoegd tot 1 uitvoeringsorganisatie voor alle activiteiten van arbeidsmatige dagbesteding tot begeleiding naar regulier werk. De beschut binnen populatie wordt begeleid vanuit een werklocatie in Lichtenvoorde. De werknemers in detachering worden begeleid door SDOA. Wel zijn er zorgen over het subsidieresultaat binnen de Wsw. Het subsidieresultaat is de som van de loonkosten enerzijds en de Wsw-subsidie anderzijds. Voor iedere sw-medewerker kan het subsidieresultaat worden vastgesteld. Bij het invoeren van de participatiewet is uitgegaan van een daling met ongeveer € 500,00 per SE per jaar. Voor 2020 zou de bijdrage € 22.700,00 per SE bedragen. De bijdrage wordt, indien het rijk daartoe besluit, gecorrigeerd voor loon- en prijsstijgingen. Als gevolg hiervan bedraagt de bijdrage voor 2020 € 27.016 per SE.

Statushouders
Een steeds groter deel van ons uitkeringsbestand bestaat uit statushouders. Deze groep heeft vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege allerlei oorzaken (taal, relevante opleiding, trauma etc.). Uiteraard bieden we deze inwoners taal en integratietrajecten aan. Desondanks lopen we het risico dat deze groep langdurig een beroep moet doen op een uitkering. Hierdoor kan er en tekort ontstaan op het BUIG budget.

Inwoners met een arbeidsbeperking
We verwachten nog niet dat de hele groep inwoners met een arbeidsmarktbeperking die onder de participatiewet valt snel zal uitstromen richting regulier werk. Voor deze groep inwoners hebben we loonkostensubsidie beschikbaar om de beperkte loonwaarde te compenseren. En daarnaast kunnen we een voorziening beschut werk toekennen. Een steeds grotere groep slaagt er op deze manier in om werk te vinden. De loonkostensubsidie en de kosten voor beschut werk moeten echter wel gefinancierd worden uit het BUIG budget. Dus ook succesvolle plaatsingen met loonkostensubsidie houden een financieel risico in voor de gemeente.

Bouwgrondexploitatie
Vanuit strategisch en financieel oogpunt is het noodzakelijk om minimaal 1 keer per jaar de ontwikkeling en verkoop van woningen en bedrijventerreinen herzien.
De afgelopen periode zijn in hoog tempo bouwkavels en bedrijfskavels verkocht. Inmiddels is de visie kleine kernen vastgesteld. De financiële gevolgen brengen we bij vaststelling van bestemmingsplannen met bijbehorende exploitatieopzetten in beeld. Ook houden we al bij nieuwe bestemmingsplannen rekening met de uitspraak van de Raad van State over stikstof.
De nota grondbeleid is door u vastgesteld. Uitgangspunt voor bouwgrondexploitatie blijft een sluitende exploitatieopzet. Jaarlijks actualiseren we de exploitatieopzetten. Als hieruit blijkt dat een tekort ontstaat, verwerken we het verlies in de jaarrekening. Wij verwachten dat de exploitatie van zowel woningbouw als bedrijventerreinen minimaal kostendekkend is. In de nota grondbeleid gaan we nader in op de exploitaties en de maatregelen die nodig zijn om financiële risico’s te beheersen. Bij de waardering van de gronden houden we rekening met invoering van de vennootschapsbelastingplicht en kiezen we voor de fiscaal meest gunstige optie.

Regionaal bedrijvenpark Laarberg
In de huidige economische situatie zijn er financiële risico’s verbonden aan de bouwgrondexploitatie van Laarberg. De risico’s en onzekerheden kunnen we moeilijk inschatten. De financiële risico’s hebben we verdisconteerd in het benodigde weerstandsvermogen. Hierbij hebben we rekening gehouden met de lange looptijd van de exploitatie en het te verwachten exploitatieresultaat bij verschillende scenario’s. Er is een nieuw bestemmingplan in procedure gebracht.

Planschadevergoeding
Bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen met projectafwijking sluiten we een afwentelingsovereenkomst planschade af. Zo vergoedt de initiatiefnemer eventuele planschadekosten.
Een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de toekomstige ontwikkeling van bouwgrond bekostigen we binnen de exploitatieopzet van het plan.

Fiscale risico’s
Per 1 januari 2016 zijn overheidsbedrijven belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Hierdoor worden wij, voor die activiteiten waar wij optreden als ondernemer, vennootschapsbelastingplichtig. Dit heeft organisatorische, administratieve en financiële gevolgen. Maar dit kan ook gevolgen hebben voor gelieerde partijen als verenigingen/stichtingen en gemeenschappelijke regelingen. Wij hebben geïnventariseerd welke activiteiten belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting en de fiscale openingsbalans is opgesteld. De vennootschapsbelasting kan ook een last in de begroting met zich meebrengen, over de fiscale winst moeten we vennootschapsbelasting betalen. De prognose is dat wij verliezen kunnen verrekenen zodat er geen vennootschapsbelasting verschuldigd is.
Het boekenonderzoek naar de verbouwing van het Marianum door de Belastingdienst is afgerond. Deze door meer gemeenten toegepaste fiscale constructie zogenoemde “schoolmodel” wordt door de Belastingdienst bestreden. In verband met de coronacrisis is de voortgang (zoals ons inzage recht in de bewijsvoering van de belastingrecht) in het proces uitgesteld.

Verzekeringsrisico’s
Voor zowel materiële (gebouwen / kunstvoorwerpen e.d.) als immateriële zaken (aansprakelijkheid, fraudeverzekering en bestuurdersaansprakelijkheid e.d.) hebben we met verzekeringspolissen de risico’s afgedekt. Jaarlijks heroverwegen we de verzekeringspolissen. In regionaal verband besteden we de diverse verzekeringen aan.

Vastgoed
De financiële risico’s maken we door middel van een jaarlijkse update van het kwaliteitsniveau van de gebouwen en de financiële vertaling daarvan zowel op het niveau van groot onderhoud als op niveau van klachtenonderhoud inzichtelijk. De omvang van de bestemmingsreserve groot onderhoud gebouwen is op dit moment ruim voldoende.
Een belangrijk financieel risico betreft de mogelijke waardedaling van het gemeentelijk vastgoed. Het gaat hierbij om vastgoed waarbij de gemeente voornemens is wijzigingen door te voeren zoals een bestemmingsplanwijziging, verkoop of sloop. Jaarlijks kijken we of er sprake is van een wijziging bij een van de gemeentelijke gebouwen. Als sprake is van een waardedaling corrigeren we dat bij de jaarrekening. Het financieel effect hiervan kan van redelijk grote omvang zijn en een fors negatief effect hebben op het rekeningresultaat en daarmee op de vrij besteedbare reserve.
Gelet op de ontwikkelingen en de vastgoedportefeuille sluiten we niet uit dat de komende jaren een afwaardering, conform BBV-voorschriften, moet plaatsvinden.
In de berekening van het weerstandsvermogen houden we hier rekening mee.

Toereikende bestemmingsreserves voor onderhoudsvoorzieningen
Op basis van de beschikbare beheerprogramma’s zijn de bestemmingsreserves op niveau. Onvoorziene omstandigheden daargelaten zijn de financiële risico’s voldoende afgedekt.

Financiële kengetallen
Onderstaande kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen afdekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid.

 

Kengetallen Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Cate-gorie A

Cate-gorie B

Cate-gorie C

Netto schuldquote

71% 89% 94% <90% 90-130% >130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

57% 77% 82% <90% 90-130% >130%

Solvabiliteitsratio

38% 38% 29% >50% 20-50% <20%

Grondexploitatie (waarde van de grond t.o.v. geraamde baten)

6% 4% 2% <20% 20-35% >35%

Structurele exploitatieruimte Begroting

-5,65% 0,29% 0,83% Begr. en MJR >0% Begr. of MJR >0% Begr. en MJR < 0%

Gemeentelijke belastingcapaciteit

74% 77% 78% <95% 95-105% >105%

Weerstandsvermogen

230% 242% 152% >100% 80-100% <80%

Tabel 2.5 Financiële kengetallen

Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest risicovol.

 

Kengetallen Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Cate-gorie A

Cate-gorie B

Cate-gorie C
Netto schuldquote 100% 95% 97% < 90% 90-130% >130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 88% 83% 86% < 90% 90-130% > 130%
Solvabiliteitsratio 28% 30% 30% > 50% 20-50% < 20%
Grondexploitatie (waarde van de grond t.o.v. de geraamde baten) 2% 2%

2%

< 20% 20-35% > 35%
Structurele exploitatieruimte 0,64% 0,94% 0,76% Begr. en MJR > 0% Begr. of MJR > 0% Begr. en MJR < 0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit 79% 79% 80% < 95% 95-105% > 105%
Weerstandsvermogen 153% 165% 176% > 100% 80-100% < 80%

tabel 2.5 Financiële kengetallen meerjarenbegroting