Wij leggen een relatie tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Dat geeft inzicht in de robuustheid van onze rekening. Het weerstandsvermogen is de verhouding van de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij kunnen beschikken om niet-begrote kosten op te vangen.
Paragraaf 1: Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Beleid weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - Beleid weerstandsvermogenHet beleid over integraal risicomanagement en het aan te houden weerstandsvermogen hebben wij uitgewerkt in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Op basis van informatie uit de risico-inventarisatie doen we een uitspraak over de mogelijke financiële gevolgen van de gedefinieerde risico’s. De kans en financiële impact van alle individuele en gezamenlijke risico’s is hiermee bepaald, zodat we een uitspraak kunnen doen over de te verwachten schadelast. De gewenste omvang van het weerstandsvermogen ontstaat op basis van inzicht in de risico’s, de financiële consequenties en de mogelijkheden om deze risico’s te beheersen of af te dekken. Het is noodzakelijk om risico’s te onderkennen maar niet mogelijk om alle financiële risico’s volledig af te dekken.
Beschikbare weerstandscapaciteit (incidenteel en structureel)
Terug naar navigatie - Beschikbare weerstandscapaciteit (incidenteel en structureel)
Incidentele weerstandscapaciteit |
|
Begrotingsresultaat |
739.237 |
Algemene reserve (vrij besteedbaar) |
2.083.066 |
|
|
Totaal |
2.822.303 |
Tabel 2.1 incidentele weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit | |
Onbenutte belastingcapaciteit voor gemeentelijke belastingen en heffingen | 1.300.000 |
Rentebaten algemene reserve (vrij besteedbaar) | 42.363 |
Totaal | 1.342.363 |
Tabel 2.2 structurele weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit volgens risico simulatie
Terug naar navigatie - Benodigde weerstandscapaciteit volgens risico simulatieDe benodigde weerstandscapaciteit berekenen we jaarlijks bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening op basis van de op dat moment gewaardeerde risico’s.
Op basis van ons risicoprofiel hebben wij een berekening gemaakt van de benodigde weerstandscapaciteit. We hebben ruim 30 risico’s beschreven en gekwantificeerd.
De berekende gemiddelde schadelast bedraagt € 1.657.500 en de maximale schadelast is becijferd op € 2.540.000. De uiteindelijke beoordeling van het weerstandsvermogen wordt via een ratio berekend:
Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit
De ratio van het weerstandsvermogen geeft aan hoe het weerstandsvermogen gewaardeerd wordt. Bij het bepalen van de ratio’s gaan we uit van de gemiddelde schadelast. Dit resulteert in de weerstandsratio in tabel 2.3.
Weerstandsratio = Ratio weerstandsvermogen | ||
Weerstandsratio | Ratio | Waardering |
Totaal weerstandsvermogen | 2,5 | Uitstekend |
Tabel 2.3 Weerstandsratio
Wij streven een waardering na die minimaal als voldoende wordt omschreven. Dit komt erop neer dat sprake is van voldoende weerstandsvermogen als de beschikbare weerstandscapaciteit hoger of gelijk is dan de benodigde weerstandscapaciteit (dus ≥1,0). Uiteindelijk kunnen we concluderen dat onze weerstandscapaciteit uitstekend is.
Risico-inventarisatie gemeente Oost Gelre
De voor de bepaling van onze weerstandscapaciteit relevante risico’s staan in onderstaande risico-inventarisatie. Voor elk risico hebben wij:
- oorzaak en gevolg in beeld gebracht;
- de beheersmaatregelen ter voorkoming en ter beheersing genoemd;
- het risico gewaardeerd (kans en financieel gevolg ingeschat).
Verkorte beschrijving van de belangrijkste financiële risico's
Terug naar navigatie - Verkorte beschrijving van de belangrijkste financiële risico'sIn onderstaande tabel treft u een verkorte beschrijving van de belangrijkste financiële risico’s aan:
Projecten en Investeringen |
|
Bouwgrondexploitatie |
Bij de grondexploitaties gaat het om prognoses van opbrengsten en kosten. De feitelijke kosten en opbrengsten kunnen bij realisatie afwijken van wat gepland is. Maatregel: Dekking van eventuele verliezen door aanwending van de reserve bouwgrondexploitatie. Jaarlijkse herziening en beoordeling van de Grex om tijdig te kunnen bijsturen. |
Regionaal bedrijventerrein De Laarberg |
Bij de exploitatie van bedrijventerreinen gaat het om prognoses van opbrengsten en kosten. De feitelijke kosten en opbrengsten kunnen bij realisatie afwijken van wat gepland is. Maatregel: Jaarlijkse herziening en beoordeling van de Grex om tijdig te kunnen bijsturen. |
Gemeentelijk vastgoed |
Mogelijke afwaardering van boekwaarde gemeentelijk vastgoed. Maatregel: Herbestemming van gemeentelijk onroerend goed. |
Onderwijshuisvesting |
Verzoek om bijdrage in de bekostiging van nieuwbouw en/of renovatie van schoolgebouwen. Maatregel: Opstellen van een (meerjaren) onderwijshuisvestingsplan (nieuwbouw en vervangende nieuwbouw). |
Open einde regelingen |
|
Leerlingenvervoer |
Overschrijding budget door groter beroep op deze voorziening. Maatregel: Sturen op schoolkeuze (school in woonplaats). |
Wmo |
Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Wmo te kunnen bekostigen. Maatregel: Contract- en leveranciersmanagement (CLM) - w.o. monitoring. |
Jeugdwet |
Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Jeugdwet te kunnen bekostigen Maatregel: Contract- en leveranciersmanagement (CLM) - w.o. monitoring. Risico- en kostenverevening op tekorten binnen samenwerkingsverband acht Achterhoekse gemeenten. |
Participatiewet |
Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Participatiewet te kunnen bekostigen. Maatregel: N.v.t. |
Minimabeleid |
Overschrijding budget minimabeleid. Maatregel: N.V.T. (open einderegeling) |
Aansprakelijkheid |
|
Inkoop- en contractmanagement |
Risico op schadeclaims en / of mislopen aanbestedingsvoordelen. Maatregel: Inrichten van een contractmanagementsysteem en betrekken van inkoopadviseur bij aanbestedingstrajecten. |
Vergunningverlening, handhaving en toezicht |
Aansprakelijkheid van gemeente voor schade tijdens een evenement als gevolg van toezicht falen. Aansprakelijkheid van gemeente voor schade na afgifte van een bouwvergunning. Maatregel: Risicoaansprakelijkheidsverzekering. |
Ketenbeheer |
|
Gesubsidieerde instellingen |
Misbruik en / of oneigenlijk gebruik van subsidies, niet voldoen aan prestatieafspraken. Maatregel: Periodiek contact tussen beleidsmedewerker en gesubsidieerde instelling. |
Discontinuïteit zorg aan inwoners |
Risico dat zorgaanbieders zich terugtrekken uit de markt of failliet gaan en de zorg duurder moet worden ingekocht. Maatregel: Periodiek contact tussen CLM en zorgaanbieder. |
Verbonden partijen en deelnemingen |
|
SDOA |
De inkomsten uit detachering van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is lager dan geraamd. Maatregel: Focus op governance, actief managen van risico's, monitoren ontwikkelingen. |
BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) |
Dividend is lager dan verwacht. Maatregel: N.v.t. |
VNOG |
Financieel tekort kan niet worden opgevangen binnen eigen begroting of weerstandsvermogen. Maatregel: Focus op governance, actief managen van risico's, monitoren ontwikkelingen. |
Garantstellingen en gewaarborgde geldleningen |
Risico dat door de gemeente verstrekte geldleningen niet (volledig) worden terugbetaald en / of aangesproken wordt op afgegeven garantstellingen. Maatregel: Leningen en garanties worden enkel verstrekt aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen met uitzodering van de achtervang overeenkomst met WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw) |
Middelenmanagement |
|
Bouwleges |
Risico op lagere inkomsten uit bouwleges dan geraamd. Maatregel: N.v.t. |
Taakstellende bezuinigingen |
Niet realiseren taakstellende bezuinigingen. Maatregel: Bewaking voorgang realisatie via reguliere tussentijdse rapportages. |
Algemene Uitkering uit het Gemeenfonds |
Risico is dat de inkomsten uit het Gemeentefonds afwijken van wat in de begroting geraamd is door: Ontwikkelingen in het accres (ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven); ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven (bijvoorbeeld aantal inwoners/woonruimten); effecten van taakmutaties (bijvoorbeeld bij nieuwe taken voor gemeenten); effecten van onder- en overschrijdingen van het plafond van het BTW compensatiefonds; de mogelijkheid van een eenzijdige korting door een nieuw kabinet. Maatregel: Op de voet volgen van ontwikkelingen en tijdig vertalen van de circulaires naar de begroting. |
Bundeling Uitkering Inkomensvoorziening Gemeenten (BUIG) |
Bij een tekort op de bekostiging van de 3D's kan aanspraak worden gedaan op de vangnetregeling. Een eventueel tekort wordt aangevuld onder aftrek van een eigen risico. Maatregel: Aanvraag vangnetuitkering. |
Financiering en rente risico |
De rente op geld- en kapitaalmarkt in Europa zal in 2022 naar verwachting op een laag niveau blijven. De ECB zal de rente op de geldmarkt rond het nulpunt houden, de depositorente negatief houden en op de kapitaalmarkt zal de rente op een laag niveau blijven door de opkoopacties van obligaties door de ECB. Na beëindiging van het tijdelijk noodprogramma vanwege de pandemie volgt een nieuw obligatie-opkoopprogramma. Maatregel: Door een spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille aan te brengen beheersen we het renterisico op de vaste schuld. Door onze langlopende financiering te realiseren binnen de kaders van de renterisiconorm wordt het renterisico van de langlopende schuld op verantwoorde wijze beheerst. |
Bedrijfsvoering |
|
Werving en ontslag van personeel. |
Toename wachtgeld- en / of pensioenverplichtingen door (politieke) ontwikkelingen. Maatregel: N.v.t. Tekort aan gekwalificeerd personeel. Maatregel:.
|
Beschikbaarheid gekwalificeerd personeel |
Verschil tussen aanwezige en gewenste competenties (ontwikkeling ambtenaar 3.0). Maatregel: We zetten het instrument strategische personeelsplanning in. We brengen in beeld welke formatie nu en in de toekomst nodig is. Daarnaast stellen we vast over welke competenties onze medewerkers moeten beschikken. |
Cybersecurity en privacy |
|
Informatiebeveiliging |
Gemeenten zijn voor steeds meer beleidsterreinen verantwoordelijk en maken daarbij gebruik van de mogelijkheden van informatie-uitwisseling. Bij de uitwisseling van informatie kunnen beveiligings- en privacy risico’s voordoen die een groot impact kunnen hebben (financieel en imago). Maatregel: Vanaf 1 januari 2020 hanteren we de Baseline Informatiebeveiliging Overheden als norm voor de informatieveiligheid in onze gemeente. De BIO is een doorontwikkeling van de BIG en is meer gericht op managen van de risico's. We voeren een baseline toets BIO uit en jaarlijks een audit uit conform de ENSIA systematiek. De mogelijkheid tot het verzekeren van schade als gevolg van security incidenten wordt onderzocht. |
Wet- en regelgeving |
|
Fiscale regels |
Niet voldoen aan fiscale bepalingen met naheffing en boetes tot gevolg. Maatregel: Permanente educatie medewerkers financiën en periodieke scholing van budgethouders. Overleg met Belastingdienst en indien noodzakelijk inschakelen van een fiscalist. |
Omgevingswet |
Om de financiële impact van de invoering van de Omgevingswet te kunnen bepalen zou er naast het Dialoogmodel ook een landelijk Effectenmodel verschijnen om de financiële effecten in de exploitatiefase in beeld te kunnen brengen. Dit model komt er niet, maar wel een zogenaamde Werkwijze structurele effecten Omgevingswet. Maatregel: Een risicoanalyse uitvoeren mede aan de hand van het Dialoogmodel en de Werkwijze structurele effecten Omgevingswet om de financiële impact na invoeringsdatum in beeld te brengen. |
Nadere toelichting van de belangrijkste financiële risico's
Terug naar navigatie - Nadere toelichting van de belangrijkste financiële risico'sBtw-compensatiefonds
De ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds (BCF) en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk/VNG met ingang van 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Bij overschrijding van dit maximum worden gemeenten gekort op hun uitkering uit het Gemeentefonds. Voor de komende jaren wordt een daling van de ruimte onder het plafond verwacht. Dit wordt veroorzaakt doordat gemeenten meer zijn gaan declareren bij het btw-compensatiefonds. Daardoor gaan de uitgaven van het fonds omhoog en de ruimte onder het plafond omlaag.
In 2020 is de ruimte onder het plafond in tegenstelling tot de verwachting gestegen dit zal onder meer zijn veroorzaakt door de coronacrisis. Medio 2021 bedraagt de ruimte onder het plafond circa € 192 miljoen voor de gemeenten. Een eventueel overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds.
Voor het jaar 2022 leidt dit naar verwachting niet tot een aanpassing van de algemene uitkering.
Ontwikkeling van de algemene uitkering
De algemene uitkering uit het gemeentefonds is in 2021 gestegen als gevolg van de extra middelen voor het sociaal domein onderdeel jeugd en voor compensatie van de effecten van de coronamaatregelen. Ten opzichte van de primaire begroting 2021 ad € 51,5 miljoen bedraagt de totale uitkering uit het gemeentefonds voor 2021 € 52,7 miljoen. Een stijging van de algemene uitkering met € 1,2 miljoen.
Woonplaatsbeginsel
Verdere wijzigingen vloeien voort uit onder ander prijs- en loonmutatie, wijziging in aantallen etc.
Voor 2022 daalt de algemene uitkering met circa € 2 miljoen. Dit wordt in het bijzonder veroorzaakt door de invoering van het woonplaatsbeginsel en de opschalingskorting die het rijk alsnog doorvoert.
- De invoering van het woonplaatsbeginsel leidt naast de daling van de algemene uitkering ook tot een daling van de uitgaven aangezien de gemeente niet meer aan de lat staat voor niet uit de gemeente komende jongeren die bijvoorbeeld in Horizon verblijven. De verwachting is dat de uitgavendaling plusminus gelijk is aan de inkomstendaling
Opschalingskorting
De opschalingskorting is een aantal jaren opgenomen als drukmiddel om te komen tot grotere gemeenten (100.000+) Zowel in beleidsmatige als praktische zin is hier niets van terecht gekomen. Logischerwijs is dan ook zowel in 2020 en 2021 de opschalingskorting bevroren. Echter is deze voor 2022 in volle omvang opgenomen. Oftewel een daling van de algemene uitkering met € 270 miljoen. De opschalingskorting is aldus de VNG in strijd met de normering en ondanks eerdere melding van de minister van binnenlandse zaken dat de opschalingskorting geen recht doet aan de systematiek is deze alsnog verwerkt. Dit heeft geleidt tot forse weerstand en de VNG is hierover in overleg met het rijk. In de begroting 2022 is vooralsnog rekening gehouden met het doorvoeren van de opschalingskorting. Voor Oost Gelre leidt dit tot een lagere algemene uitkering van ruim € 350.000.
Gevolgen diverse onderzoeken
Voor wat betreft de ontwikkeling van de algemene uitkering zijn er zijn een aantal belangrijke onderzoeken in opdracht van het rijk gaande welke zullen leiden tot aanpassingen van de algemene uitkering.
Het nader onderzoek met betrekking tot de herijking van de algemene uitkering leidt ertoe dat voor onze gemeente de herijking budgettair neutraal is. Ten opzichte van het eerdere onderzoek waarbij de gemeente uit kwam op een plus van € 11,-- per inwoner een vermindering van circa € 325.000. In de kadernota 2022 – 2025 was vanwege de onzekerheden ook geen rekening gehouden met een stijging als gevolg van de herijking.
Het onderzoek inzake sociaal domein heeft uitgewezen dat de rijksmiddelen fors tekortschieten om de gemeentelijke uitgaven te compenseren. De uitgaven in het sociaal domein kosten de gemeenten circa € 1,7 miljard meer dan het rijk beschikbaar stelt. Besluitvorming omtrent het structureel verhogen van het budget heeft het huidige kabinet doorgeschoven naar het volgende kabinet. Voor 2022 worden de gemeenten incidenteel gecompenseerd. Voor Oost Gelre betekent dit een stijging van de uitkering met € 1.734.000. Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 wordt geadviseerd uit te gaan van een bijdrage van 75% van de compensatie 2022 ofwel € 1.300.500.
Het onderzoek naar het effect van de invoering van het abonnementstarief Wmo waarbij de toename van de kosten veel hoger zijn dan in de compensatie middels de algemene uitkering rekening mee is gehouden. Ook hier wordt het besluit over de formatie heen getild.
Openeinderegelingen
Minimabeleid, schuldhulpverlening en leerlingenvervoer zijn zogenoemde open einderegelingen waarbij vooal de afgelopen jaren het beroep op de schuldhulpverlening aanzienlijk is toegenomen. Ook binnen de regeling leerlingenvervoer kunnen door omstandigheden de kosten aanzienlijk oplopen.
Wmo
De afgelopen jaren zien we de vraag naar professionele ondersteuning stijgen. Wat we al verwachtten, gebeurt: als mensen (vaak 75+) nu professionele ondersteuning nodig hebben, nadat ze eerst van het voorliggende veld gebruik hebben gemaakt, is er sprake van een zwaardere en complexere ondersteuningsvraag. Het is ook deze groep die, zoals het Rijk wilde, nu langer zelfstandig blijft wonen. Wij betalen daarvoor de rekening (o.a. door woningaanpassingen en hulp bij het huishouden).
Naast de toename van de hulpvraag hebben we ook te maken met de gevolgen van het rijksbeleid.
In het bijzonder de maatregel van de verlaging van de eigen bijdrage Wmo. Inwoners betalen sinds 1 januari 2019 een eigen bijdrage van ten hoogste € 19,00 per 4 weken. Een andere maatregel vanuit het rijksbeleid is de uitvoering van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële prijs Wmo. Deze maatregel stelt regels voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van een voorziening. De AMvB Reële prijs Wmo 2015 regelt hoe een reële kostprijs moet worden vastgesteld. Vanaf medio 2019 zijn tarieven gehanteerd op basis van deze AMvB. Deze wijziging heeft geleid tot een forse verhoging van de uitgaven. Beide maatregelen hebben geleid tot een stijging van de uitgaven met meer dan € 1 miljoen.
Jeugdzorg
Ook uit het meest recent gehouden cliënttevredenheidsonderzoek over 2020 blijkt dat onze inwoners tevreden zijn over de manier waarop we de jeugdzorg hebben ingericht. Inwoners weten waar ze terecht kunnen met hun vraag, voelen zich serieus genomen en worden snel geholpen. Er valt geen jeugdige tussen wal en schip, we kennen nauwelijks wachtlijsten en geen cliëntenstop. De invloed op de verwijzingen binnen de Jeugdzorg neemt steeds verder toe door bekendheid van ons loket en Ondersteuningsteam (OT). Het merendeel (ongeveer 60%) van de verwijzingen naar 2e lijns zorg wordt inmiddels geïndiceerd door de gemeente.
We zetten vol in op preventie en verdere samenwerking met de huisartsen (middels de Praktijkondersteuners Huisartsen). Inmiddels hebben we een dekkingspercentage van 75%. Dit betekent dat 75% van onze inwoners aangesloten is bij een huisartsenpraktijk waar een POH jeugd binnen de praktijk werkzaam is. Doel is om te normaliseren en dure verwijzing naar 2e lijns zorg te voorkomen.
Op een ander deel van de jeugdhulp hebben we geen invloed. Jeugdhulp kan immers ook ingezet worden door de rechter en de Gecertificeerde instellingen (GI’s). Op deze verwijzingen hebben wij geen invloed. Het gaat hier om zeer intensieve vormen van jeugdhulp die ook zeer kostbaar zijn, zoals Jeugdzorg Plus. Door de wijziging va het woonplaatbeginsel vanaf 2022 zijn de risico’s wel beter in te schatten, maar we blijven natuurlijk nog wel verantwoordelijk voorjeugdigen uit onze eigen gemeente. Ook deze (financiële) risico’s kunnen substantieel zijn.
De aangescherpte tarieven voor jeugdzorg kunnen voor de zorgaanbieders ontoereikend zijn en vormen mogelijk een risico naar de kwaliteit van de geleverde zorg en bedreigen mogelijk de zorg continuïteit.
Participatiewet
We willen bereiken dat zoveel mogelijk mensen deelnemen aan het arbeidsproces en in de samenleving. Dit gaan we bereiken door integratie van de taken in het sociaal domein. Niet de wet staat centraal maar de vraag van onze inwoners. Hiervoor hebben we 1 verordening voor het sociaal domein vastgesteld en zijn we bezig met de implementatie van de bestuursopdracht 'Samen aan het Stuur'. Dit leidt tot een nieuw werkleerbedrijf per 1 januari 2022 maar nog belangrijker tot een nieuwe werkwijze waarbij de medewerkers van de het werkleerbedrijf onderdeel worden van ons sociaal team.
Wij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze uitvoering (zoals het verstrekken van uitkeringen en het zoveel mogelijk regulier aan het werk helpen van werkzoekenden) hebben wij bij de (GR) Werkleerbedrijf belegd. Wij dragen echter de financiële risico’s. De huidige crisis veroorzaakt door de maatregelen om corona te beteugelen hebben op dit moment geen impact op onze economie en zorgen niet voor een toename van het aantal uitkeringsgerechtigden. Indien de ondersteuningsmaatregelen voor bedrijven worden beëindigd kan dit wel impact hebben op de economie en leiden tot een toename van het aantal uitkeringen. Onzeker is of de bijdrage van het rijk om de uitkeringen te financieren (BUIG) ook zal stijgen.
Inwoners met een arbeidsbeperking
We verwachten nog niet dat de hele groep inwoners met een arbeidsmarktbeperking die onder de participatiewet valt snel zal uitstromen richting regulier werk. Voor deze groep inwoners hebben we loonkostensubsidie beschikbaar om de beperkte loonwaarde te compenseren. En daarnaast kunnen we een voorziening beschut werk toekennen. Een steeds grotere groep slaagt er op deze manier in om werk te vinden. De loonkostensubsidie en de kosten voor beschut werk moeten echter wel gefinancierd worden uit het BUIG budget. Dus ook succesvolle plaatsingen met loonkostensubsidie houden een financieel risico in voor de gemeente.
Gebundelde uitkering (BUIG)
Wij ontvangen een gebundelde uitkering (de BUIG) om daarmee de uitkeringen in het kader van de Participatiewet te bekostigen. De Participatiewet kent een budgetteringsystematiek. Dit is een financieringssystematiek die zo is ingericht dat het gemeenten moet prikkelen om zoveel mogelijk mensen uit de uitkering en aan het werk te helpen en te houden. De gebundelde uitkering is een ongeoormerkt budget. Wij mogen een overschot op het budget vrij besteden, maar moeten een tekort op het budget in beginsel zelf opvangen.
Gemeenten die tekorten hebben op hun budget op grond van de Wwb/PW moeten deze tekorten in beginsel opvangen uit eigen middelen. Gemeenten die een omvangrijk tekort hebben, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een aanvullend budget, de zogenaamde vangnetregeling. We hebben meermalen een beroep gedaan op deze vangnetregeling. We verwachten niet dat dit nodig is over 2021.
Uitvoering Wsw
De wijze van uitvoering van de Wsw is belegd bij SDOA en WBO Deze organisaties zullen worden samengevoegd tot 1 uitvoeringsorganisatie voor alle activiteiten van arbeidsmatige dagbesteding tot begeleiding naar regulier werk. De beschut binnen populatie wordt begeleid vanuit een werklocatie in Lichtenvoorde. De werknemers in detachering worden begeleid door SDOA. Wel zijn er zorgen over het subsidieresultaat binnen de Wsw. Het subsidieresultaat is de som van de loonkosten enerzijds en de Wsw-subsidie anderzijds. Voor iedere sw-medewerker kan het subsidieresultaat worden vastgesteld. Bij het invoeren van de participatiewet is uitgegaan van een daling met ongeveer € 500,00 per SE per jaar. Voor 2021 zou de bijdrage € 22.700,00 per SE bedragen. De bijdrage wordt, indien het rijk daartoe besluit, gecorrigeerd voor loon- en prijsstijgingen. Als gevolg hiervan bedraagt de bijdrage voor 2022 € 27.016 per SE.
Statushouders
Een steeds groter deel van ons uitkeringsbestand bestaat uit statushouders. Deze groep heeft vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege allerlei oorzaken (taal, relevante opleiding, trauma etc.). Uiteraard bieden we deze inwoners taal en integratietrajecten aan. Desondanks lopen we het risico dat deze groep langdurig een beroep moet doen op een uitkering. Hierdoor kan er en tekort ontstaan op het BUIG budget.
Wet Inburgering
Vanaf 2022 is de gemeente verantwoordelijk voor de wet inburgering. De budgetten van het rijk voor de leerroutes binnen deze wet lijken krap, we hebben hier al signalen vanuit het ROC ontvangen. Mogelijk dat we ook eigen middelen dienen in te zetten om te uitvoering van de Wet inburgering goed te laten verlopen.
Bouwgrondexploitatie
Vanuit strategisch en financieel oogpunt is het noodzakelijk om minimaal 1 keer per jaar de ontwikkeling en verkoop van woningen en bedrijventerreinen herzien.
De afgelopen periode zijn in hoog tempo bouwkavels en bedrijfskavels verkocht. Inmiddels is de visie kleine kernen vastgesteld. De financiële gevolgen brengen we bij vaststelling van bestemmingsplannen met bijbehorende exploitatieopzetten in beeld. Ook houden we al bij nieuwe bestemmingsplannen rekening met de uitspraak van de Raad van State over stikstof.
De nota grondbeleid is door u vastgesteld. Uitgangspunt voor bouwgrondexploitatie blijft een sluitende exploitatieopzet. Jaarlijks actualiseren we de exploitatieopzetten. Als hieruit blijkt dat een tekort ontstaat, verwerken we het verlies in de jaarrekening. Wij verwachten dat de exploitatie van zowel woningbouw als bedrijventerreinen minimaal kostendekkend is. In de nota grondbeleid gaan we nader in op de exploitaties en de maatregelen die nodig zijn om financiële risico’s te beheersen. Bij de waardering van de gronden houden we rekening met invoering van de vennootschapsbelastingplicht en kiezen we voor de fiscaal meest gunstige optie.
Regionaal bedrijvenpark Laarberg
In de huidige economische situatie zijn er financiële risico’s verbonden aan de bouwgrondexploitatie van Laarberg. De risico’s en onzekerheden kunnen we moeilijk inschatten. De financiële risico’s hebben we verdisconteerd in het benodigde weerstandsvermogen. Hierbij hebben we rekening gehouden met de lange looptijd van de exploitatie en het te verwachten exploitatieresultaat bij verschillende scenario’s.
Planschadevergoeding
Bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen met projectafwijking sluiten we een afwentelingsovereenkomst planschade af. Zo vergoedt de initiatiefnemer eventuele planschadekosten.
Een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de toekomstige ontwikkeling van bouwgrond bekostigen we binnen de exploitatieopzet van het plan.
Implementatie Omgevingswet
Met de invoering van de Omgevingswet krijgt de gemeente meer decentrale ruimte om eigen beleidskeuzes te maken. Deze beleidsvrijheid zorgt voor een relatief grote kennisonzekerheid: We weten nog niet welke keuzes gemaakt worden en dus ook niet welke effecten die keuzes zullen hebben. Het effect van de keuzes kan zowel een financieel gunstig dan wel een financieel minder gunstig effect hebben voor burgers en bedrijven als ook voor de gemeente. I
Om beter zicht te krijgen op de financiële effecten van de wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en de WKB zijn er workshops gevolgd onder begeleiding van een door de VNG geselecteerde partij, te weten NCOD. Aan de hand van het model Werkwijze Structurele Effecten worden keuzes uitgewerkt en leiden tot inzicht in de financiën. Betreffend model wordt door meer dan 80 gemeenten gehanteerd en met elkaar gedeeld op het forum van de VNG.
In de begroting 2022 is rekening gehouden met een extra structurele last van € 100.000. Afhankelijk van de keuzes die de gemeenteraad maakt zal duidelijk worden of betreffend bedrag voldoende is.
Wet Kwaliteitsborging Bouw
Vanaf 1 juli 2022 zal stapsgewijs de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) worden ingevoerd. Deze wet voorziet in een strenger bouwtoezicht en een betere aansprakelijkheidsregeling teneinde de kwaliteit van de bouw te verbeteren. Het nieuwe stelsel geldt eerst alleen voor bouwwerken in de laagste risicoklasse. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en simpele bedrijfspanden. Op dit moment is nog niet in te schatten wat de (financiële) gevolgen zijn voor ons als gemeente in de rol van vergunningverlener en handhaver. In het najaar van 2021 verwachten we hier meer duidelijkheid in te krijgen.
Fiscale risico’s
Per 1 januari 2016 zijn overheidsbedrijven belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Hierdoor worden wij, voor die activiteiten waar wij optreden als ondernemer, vennootschapsbelastingplichtig. Dit heeft organisatorische, administratieve en financiële gevolgen. Maar dit kan ook gevolgen hebben voor gelieerde partijen als verenigingen/stichtingen en gemeenschappelijke regelingen. Wij hebben geïnventariseerd welke activiteiten belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting en de fiscale openingsbalans is opgesteld. De vennootschapsbelasting kan ook een last in de begroting met zich meebrengen, over de fiscale winst moeten we vennootschapsbelasting betalen. De prognose is dat wij verliezen kunnen verrekenen zodat er geen vennootschapsbelasting verschuldigd is.
Het boekenonderzoek naar de verbouwing van het Marianum door de Belastingdienst is afgerond. Deze door meer gemeenten toegepaste fiscale constructie zogenoemde “schoolmodel” wordt door de Belastingdienst bestreden. In verband met de coronacrisis is de voortgang (zoals ons inzage recht in de bewijsvoering van de belastingrecht) in het proces uitgesteld.
Verzekeringsrisico’s
Voor zowel materiële (gebouwen / kunstvoorwerpen e.d.) als immateriële zaken (aansprakelijkheid, fraudeverzekering en bestuurdersaansprakelijkheid e.d.) hebben we met verzekeringspolissen de risico’s afgedekt. Jaarlijks heroverwegen we de verzekeringspolissen. In regionaal verband besteden we de diverse verzekeringen aan.
Vastgoed
De financiële risico’s maken we door middel van een jaarlijkse update van het kwaliteitsniveau van de gebouwen en de financiële vertaling daarvan zowel op het niveau van groot onderhoud als op niveau van klachtenonderhoud inzichtelijk. De omvang van de bestemmingsreserve groot onderhoud gebouwen is op dit moment voldoende.
Een belangrijk financieel risico betreft de mogelijke waardedaling van het gemeentelijk vastgoed. Het gaat hierbij om vastgoed waarbij de gemeente voornemens is wijzigingen door te voeren zoals een bestemmingsplanwijziging, verkoop of sloop. Jaarlijks kijken we of er sprake is van een wijziging bij een van de gemeentelijke gebouwen. Als sprake is van een waardedaling corrigeren we dat bij de jaarrekening. Het financieel effect hiervan kan van redelijk grote omvang zijn en een fors negatief effect hebben op het rekeningresultaat en daarmee op de vrij besteedbare reserve.
Toereikende bestemmingsreserves voor onderhoudsvoorzieningen
Op basis van de beschikbare beheerprogramma’s zijn de bestemmingsreserves op niveau. Onvoorziene omstandigheden daargelaten zijn de financiële risico’s voldoende afgedekt.
Financiële kengetallen
Onderstaande kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen afdekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid.
Kengetallen | Jaarrek. 2020 |
Begrot. 2021 |
Begrot. 2022 |
Cat. A |
Cat. B |
Cat. C |
Netto schuldquote |
83% | 94% | 105% | <90% | 90-130% | >130% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen |
71% | 82% | 92% | <90% | 90-130% | >130% |
Solvabiliteitsratio |
33% | 29% | 28% | >50% | 20-50% | <20% |
Grondexploitatie (waarde van de grond t.o.v. geraamde baten) |
5% | 2% | 1% | <20% | 20-35% | >35% |
Structurele exploitatieruimte Begroting |
-1,09% | 0,83% | 0,16% | Begr. en MJR >0% | Begr. of MJR >0% | Begr. en MJR < 0% |
Gemeentelijke belastingcapaciteit |
74% | 78% | 76% | <95% | 95-105% | >105% |
Weerstandsvermogen |
416% | 152% | 251% | >100% | 80-100% | <80% |