Financieel overzicht Programmabegroting 2022

Bestaand beleid 2022 versus 2021

Terug naar navigatie - Bestaand beleid 2022 versus 2021

In deze paragraaf geven we op hoofdlijnen de afwijkingen tussen de Programmabegroting 2022 en  Programmabegroting 2021 weer.

 

 

 

Programma

 

Begroting 2021

Begroting 2022

Uitgaven

Inkomsten

Saldo

Uitgaven

Inkomsten

Saldo

 

 

 

 

 

 

 

1. Leefomgeving

-17.342.508

7.250.191

-10.092.317

-13.986.428

6.807.562

-7.178.866

2. Cultuur, onderwijs, welzijn, zorg en inkomen

-46.800.356

8.126.128

-38.674.228

-40.218.834

6.529.436

-33.689.398

3. Economie en werkgelegenheid

-1.354.963 1.227.068

-127.895

-1.167.614

1.584.256

416.642

4. Bestuur, bedrijfsvoering en dienstverlening

-6.013.238

476.474

-5.536.764

-5.972.854

501.425

-5.471.429

Algemene dekkingsmiddelen

-562.653

59.147.181

58.584.528

-555.324

56.790.512

56.235.188

Overhead

-9.783.286

187.015

-9.596.271

-9.574.751

31.564

-9.543.187

Heffing Vennootschapsbelasting (VPB)

0

0

0

0

0

0

 

 

 

 

 

 

 

Saldo van baten en lasten

-81.857.004

76.414.057

-5.442.947

-71.475.805

72.244.755

768.950

Mutaties reserves programma 1

0

3.316.982

3.316.982

0

0

0

Mutaties reserves programma 2

0

1.984.394

1.984.394

0

115.000

115.000

Mutaties reserves programma 3

0

310.000

310.000

0

0

0

Mutaties reserves programma 4

-1.374.164

1.447.876

73.712

-191.387

269.024

77.637

Structureel begrotingssaldo 

-83.231.168

83.473.309

242.141

-71.667.192

72.628.779

961.587

Incidentele baten en lasten

-1.006.000

385.500

-620.500

1.734.422

1.734.422

Mutaties reserves

620.500

620.500

0

0

0

Geraamd resultaat

-84.237.168

83.858.809

242.141

-71.667.192

74.363.201

2.696.009

 

Wat u in bovenstaande tabel kunt herleiden, is het structurele begrotingsresultaat en de mutaties van de incidentele baten en lasten. De incidentele baten en lasten 2021 bestaan grotendeels uit de effecten van de Coronacrisis. De verwachte effecten van de Coronacrisis voor 2022 zijn niet in deze tabel opgenomen.

Onderstaande vergelijking is gebaseerd op het structurele begrotingsresultaat 2022 en 2021.

De Programmabegroting 2021, inclusief wijzigingen                                                                                   €     242.141
De Programmabegroting 2022 bestaand beleid                                                                                              € 2.696.009

T.o.v. 2021 is sprake van een verbetering van het structurele resultaat met                                   € 2.453.868

De grote afwijkingen ten opzichte van de programmabegroting 2021 vloeien in het bijzonder voort uit de incidentele uitgaven in 2021 welke gedekt worden door onttrekkingen uit de reserves. Ook van grote invloed is de verschuiving van uitgaven en inkomsten als gevolg van de invoering van het woonplaatsbeginsel.

Voorstellen van nieuw beleid

Terug naar navigatie - Voorstellen van nieuw beleid

Voorstellen van nieuw beleid leiden tot het volgende beslag op middelen. In bijlage 2 vindt u de uitwerking van de voorstellen van nieuw beleid per programma.

 

Investeringsniveau

Programma 

2022

 2023

2024

2025

 

 

 

 

 

1. Leefomgeving

5.762.850

5.534.750 6.741.750 4.401.250

2. Cultuur, onderwijs, welzijn, zorg en inkomen

7.067.000 7.343.304 5.600.000 0

3. Economie en werkgelegenheid

0 0

0

0

4. Bestuur, bedrijfsvoering en dienstverlening

0 0

0

0

 

 

 

 

 

Totaal investeringsniveau nieuw beleid

12.829.850 12.878.054 12.341.750 4.401.250

 

Budgettaire lasten

Programma

2022

2023

2024

2025

 

 

 

 

 

1. Leefomgeving

1.167.953 1.313.864 1.643.701 1.739.549

2. Cultuur, onderwijs, welzijn, zorg en inkomen

1.558.260 1.676.809 1.844.809 1.844.809

3. Economie en werkgelegenheid

275.000 215.000 215.000 140.000

4. Bestuur, bedrijfsvoering en dienstverlening

468.000 478.000 505.000 498.000

Totaal budgettaire lasten nieuw beleid

3.469.213 3.683.673 4.208.510 4.222.358

 

       

Dekking uit reserve

1.085.804 806.804 771.304 585.000

Dekking uit voorziening riolering

88.475 147.228 234.233 250.092

Totaal dekking t.l.v. reserves & voorzieningen

1.174.279 954.032 1.005.537 835.092

 

 

 

 

 

Netto budgettaire jaarlasten nieuw beleid

2.294.934

2.729.641

3.202.972

3.387.266

Hierbij is nadrukkelijk rekening gehouden met het vastgestelde coalitieakkoord. Belangrijke items zijn onder andere de implementatie van de Omgevingswet, energietransitie, onderwijshuisvesting Groenlo, binnensport Groenlo, zorg en participatie in het bijzonder gericht op samenwerking, preventie en langer zelfstandig thuis wonen en verduurzaming rioolbeheer.

Financieel begrotingsresultaat 2022

Terug naar navigatie - Financieel begrotingsresultaat 2022

Op basis van de Programmabegroting 2022, voorstellen van nieuw beleid (besluit en noodzakelijk) en het dekkingsplan ontstaat het volgende financiële beeld voor het jaar 2022.

 

Financieel resultaat bestaand beleid programmabegroting 2022

 € 961.587

Incidentele baten en lasten

 € 1.734.422

Structureel resultaat bestaand beleid

 €  2.696.009

Voorstellen van nieuw beleid 2022

 € -2.294.934

Subtotaal

 € 401.075

Structureel dekkingsplan 2022

 € 338.162

Voordelig begrotingsresultaat 2022

 € 739.237

Ten opzichte van de kadernota lijkt het financieel rooskleuriger maar de positieve ontwikkeling wordt in hoofdzaak veroorzaakt door de toevoeging van extra rijksmiddelen ad € 1,7 miljoen voor het sociaal domein; jeugd uitgaven. Hier komt bij dat de extra rijksmiddelen slechts voor 2022 door het demissionaire kabinet zijn toegezegd. Landelijk is afgesproken dat de gemeenten in hun meerjarenramingen rekening mogen houden met 75% van de extra rijksbijdrage. Tegenover genoemde verhoging staat dat het rijk alsnog de opschalingskorting (circa € 400.000 voor Oost Gelre) heeft doorgevoerd ondanks hevig verzet door de VNG en alle gemeenten.

 

Incidentele baten en lasten bestaand beleid

Terug naar navigatie - Incidentele baten en lasten bestaand beleid

Het overzicht van de incidentele baten en lasten biedt inzicht welke incidentele lasten deel uitmaken van de totale baten en lasten.

 

2022

2023

2024

2025

 

 

 

 

 

4. Bestuur, bedrijfsvoering en dienstverlening

 

20.000

20.000

20.000

Algemene dekkingsmiddelen

1.734.422

 

 

 

 

 

 

 

 

Incidentele baten

1.734.422

 20.000

 20.000

 20.000

Structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves

Terug naar navigatie - Structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves

Onderstaand overzicht geeft u inzicht in de structurele mutaties van de reserves. De belangrijkste mutatie betreft de bespaarde rente.

 

Toevoeging

Onttrekking

Saldo

 

 

 

 

Bespaarde rente reserves

-149.024

191.387

42.363

Kapitaallasten school Flierbeek en Hamalandschool, reserve onderwijshuisvesting (mutatie loopt af in 2036)

0

115.000

115.000

Totaal

-388.456

516.150

127.694

Meerjarenbeeld

Terug naar navigatie - Meerjarenbeeld

In de Meerjarenbegroting hanteren wij de volgende uitgangspunten:

 

Ontwikkeling prijsstijgingen en loonkosten

In de Meerjarenbegroting houden wij rekening met constante prijzen. We houden dus geen rekening met inflatie en loonsomontwikkeling. We gaan uit van de ramingen van het Centraal Planbureau, te weten voor 2022 een inflatie van +1,4%. Voor de loonkostenaanpassing gaan we uit van 1,4% in 2022.

 

Algemene uitkering uit het gemeentefonds

- Zoals gebruikelijk is de meicirculaire gehanteerd voor de berekening van de algemene uitkering voor de programmabegroting. Een belangrijke ontwikkeling hierbij is dat het rijk door de negatieve bijstellingen op de rijksbegroting voor prijsontwikkelingen het accres daalt in totaliteit met € 126,5 miljoen. Conform de normeringsmethodiek is de algemene uitkering gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksbegroting.
- Opschalingskorting: De opschalingskorting is een aantal jaren opgenomen als drukmiddel om te komen tot grotere gemeenten (100.000+) Zowel in beleidsmatige als praktische zin is hier niets van terecht gekomen. Logischerwijs is dan ook zowel in 2020 en 2021 de opschalingskorting bevroren. Echter is deze voor 2022 in volle omvang opgenomen. Oftewel een daling van de algemene uitkering met € 270 miljoen. De opschalingskorting is aldus de VNG in strijd met de normering en ondanks eerdere melding van de minister van binnenlandse zaken dat de opschalingskorting geen recht doet aan de systematiek is deze alsnog verwerkt.
- Onderzoek kosten jeugdhulp in relatie met de rijksbijdragen
Nadat de VNG de arbitragecommissie heeft ingeroepen over de omvang van rijksmiddelen voor het sociaal domein en na de uitspraak van de arbitragecommissie zijn afspraken gemaakt over extra gelden voor het sociaal domein onderdeel jeugdzorg. Voor 2022 vindt een extra compensatie plaats van
€ 1.314 miljoen. Voor Oost Gelre betreft het een bedrag van ruim € 1,7 miljoen. De extra middelen zijn alleen toegekend voor 2022. Het demissionair kabinet laat de structurele invulling over aan het volgende kabinet. Landelijk is afgesproken dat 75% van het extra toegekende budget voor 2023 en volgende jaren moet worden meegenomen. Hier is dan ook in de meerjarenramingen rekening gehouden.
- Woonplaatsbeginsel
Met ingang van 1 januari 2022 wordt het woonplaatsbeginsel ingevoerd. In de nieuw situatie komen de kosten voor de jongeren met een zorgtraject met verblijf voor rekening van de gemeente waar jongere voor plaatsing stond ingeschreven. Voor onze gemeente heeft dat tot gevolg dat zowel de inkomsten als de uitgaven met circa € 3,5 miljoen teruglopen. In de begroting 2022 is rekening gehouden met deze daling aan zowel de inkomsten als de uitkomstenkant.
Verder zijn wij over de T-2 systematiek in overleg met het rijk over de afrekening 2020 en 2021 welke buiten het woonplaatsbeginsel vallen.

Belastingdruk

Wij houden vanaf 2022 rekening met een jaarlijkse trendmatige verhoging van 2% voor de onroerende-zaakbelasting (OZB) ad € 135.000. In het voorgestelde dekkingsplan stellen we voor 2022 een extra verhoging van 2% voor. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 stellen we naast de trendmatige verhoging geen extra verhoging voor.

Meerjarenperspectief 2022-2025

Terug naar navigatie - Meerjarenperspectief 2022 - 2025

Doorrekening van het meerjarenperspectief leidt tot het volgende financieel overzicht.

 

2022

2023

2024

2025

 

 

 

 

 

Begrotingsuitkomst lopend jaar

961.587

     

 

 

 

 

 

jaarlijkse autonome ontwikkelingen uitgaven

 

 

 

 

vrijval kapitaallasten   143.000 260.000 207.000
ontwikkeling prijzen   -300.000 -600.000 -900.000
correctie incidenteel   20.000    
         
jaarlijkse autonome ontwikkelingen inkomsten        

algemene uitkering uit het gemeentefonds

1.734.422

-510.113

615.747

971.709

trendmatige verhoging OZB

135.000

135.000

135.000

135.000

trendmatige verhoging leges

24.000

24.000

24.000

24.000

 

 

 

 

 

vrijval nieuw beleid

 

155.042

 

 

subtotaal

2.855.009

2.521.938

2.956.685

3.394.394

Netto budgettaire last nieuw beleid

-2.294.934

2.729.641

3.202.972

3.387.266

Cumulatief dekkingsplan

179.162

293.324

293.324

293.324

 

 

 

 

 

Begrotingsresultaat

739.237

85.621

47.037

300.452

 

Meerjarenperspectief inclusief structureel nieuw beleid (besluit + noodzakelijk)

 

2022

2023

2024

2025

 

 

 

 

 

Resultaat

961.587

824.587

621.587

268.587

Nieuw beleid structureel

-2.294.934

-2.729.641

-3.202.972

-3.387.266

Riolering

88.475

147.228

234.233

250.092

Structureel resultaat

-1.244.872

-1.757.826

-2.347.152

-2.868.587

 

Meerjarenperspectief inclusief structureel en incidenteel nieuw beleid (besluit + noodzakelijk)

Meerjarig dekkingsplan

2022

2023

2024

2025

 

 

 

 

 

Structureel dekkingsplan 2022

189.000

159.162

159.162

159.162

Verhogen OZB meer dan trendmatig

135.000

0 0 0

Lagere energielasten i.v.m. versneld vervangen openbare verlichting

14.162

14.162

14.162

14.162

Taakstelling personeelsformatie

0

100.000

100.000

100.000

Totaal

338.162

273.324

273.324

273.324

 

Meerjarenperspectief

Meerjarig dekkingsplan

2022

2023

2024

2025

 

 

 

 

 

Structureel resultaat

-1.244.872 -1.757.826 -2.347.152 -2.868.587

Incidentele baten en lasten

1.734.422 20.000 20.000 20.000

Meerjarig dekkingsplan

338.162 293.324 293.324 293.324

Totaal

827.712

-1.444.502

-2.033.828

-2.555.263

Reservepositie

Terug naar navigatie - Reservepositie

Hierna volgt een opsomming van de stand van de eigen financieringsmiddelen per 1 januari 2021 en 1 januari 2022. Hierbij maken we onderscheid tussen algemene reserves, bestemmingsreserves en voorzieningen.

 

 

2021

2022

Algemene reserve

 

 

    - waarvan geblokkeerd

23.990.902 23.990.902

    - waarvan vrij besteedbaar

2.658.882 2.083.066

Bestemmingsreserves

11.627.508 10.757.273

Voorzieningen

12.040.347 11.837.879

Totaal reserves en voorzieningen

50.317.639

48.669.120

 

Naast een structureel sluitende Meerjarenbegroting is het voor de robuustheid van de gemeentelijke financiële positie noodzakelijk dat we over een vrij besteedbare reserve beschikken. Die moet minimaal gelijk zijn aan de uitgangspunten in de nota risicomanagement en het financieel weerstandsvermogen. De minimaal benodigde weerstandscapaciteit € 2,5 miljoen.

De algemene reserve vrij besteedbaar komt op begrotingsbasis met ingang van 2022 onder de vastgestelde grens van € 2,5 miljoen. Dit maakt noodzakelijk dat wordt bezien op welke wijze de vrij besteedbare reservepositie kan worden verbeterd.
Daar staat tegenover dat de reservepositie algemeen (geblokkeerd plus vrij besteedbaar) uitstekend is van in totaliteit € 24 miljoen. Een nadere analyse zal onderdeel uitmaken van het jaarverslag 2021.

Op basis van de voorstellen kennen de reservepositie en de weerstandsnorm de volgende ontwikkeling:

 

2022

2023

2024

2025

Vrije besteedbare reserves

2.083.066

1.550.193

1.174.583

1.636.931

 

 

 

 

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

3.450.357

2.266.887 1.741.596 1.370.227

Benodigde weerstandscapaciteit

-2.500.000

-2.500.000

-2.500.000

-2.500.000

Weerstandscapaciteit boven/onder de norm

950.357

-233.113

-758.404

-1.129.773

 

Ontwikkeling algemene uitkering

 

De ontwikkelingen in het sociaal domein dwingen ons om hiervoor een taakstelling op te nemen. Wij hebben de voorlopige effecten van de meicirculaire in het meerjarenperspectief meegenomen.

 

 

2023

2024

2025

 

 

 

 

Ontwikkeling algemene uitkering

-2.157.112

106.846

455.204

Ontwikkeling integratie uitkering

-7.895

-3.518

-10.918

Ontwikkeling sociaal domein

-267.112

-188.677

-155.031

Ontwikkeling cumulatief

-2.432.119

-85.349

289.255