Omschrijving (toelichting)
Ontwikkeling van de algemene uitkering
De algemene uitkering uit het gemeentefonds stijgt in 2025 ten opzichte van de primitieve begroting met € 3,6 miljoen op rekeningbasis. De stijging wordt onder meer door de nabetaling sociaal domein over de jaren 2023 en 2024, de hogere inflatie en loonkostenstijgingen, als ook door specifieke aanpassingen zoals voor de kosten van participatie € 470.000 en toevoegingen aan de decentralisatie uitkeringen € 540.000.
Opschalingskorting
De opschalingskorting is een aantal jaren opgenomen als drukmiddel om te komen tot grotere gemeenten (100.000+) Eindelijk is er duidelijkheid verschaft en is de opschalingskorting definitief geschrapt.
Openeinderegelingen
Minimabeleid, schuldhulpverlening en leerlingenvervoer zijn zogenoemde open einderegelingen. Het beroep op de schuldhulpverlening is in 2025 nagenoeg gelijk gebleven. De uitgaven voor minimabeleid blijven voor 2025 onder de begrote ramingen. Dit is mede te danken aan een blijvend lage werkloosheid en verhoging van het minimumloon. Qua leerlingenvervoer zien we een lichte daling, omdat we strak sturen op meer gebruik van openbaar vervoer. Dit neemt niet weg dat, afhankelijk van de leerlingproblematiek deze kosten weer kunnen gaan stijgen.?
Wmo
De toenemende vergrijzing zal de vraag doen toenemen. Daarnaast zijn de uurtarieven voor Hulp bij het huishouden gestegen. De verwachting is dat de uitgaven zullen stijgen.
Daarnaast denkt het nieuwe kabinet aan het afschaffen van de hulp bij het huishouden als maatweekvoorziening per 2029. ?Mogelijk zal er alleen voor minima een regeling overblijven. Dit zal onzekerheid rond de financien geven. Er zal een uitname uit het gemeentefonds komen. Nieuwe aanbesteding van ondersteuning en hulpmiddelen va medio 2026 zullen tot hogere uitgaven leiden. Hoeveel is nu nog niet exact duidelijk. De markt van hulpmiddelen is een beperkte markt. Dit maakt dat de kans op hogere uitgaven zeer groot is.
De nieuwe aanbesteding va 2026 van de maatwerkvoorziening begeleiding zal tot hogere kosten leiden. De uurprijzen zijn als gevolg van het moeten voldoen aan de AMVB gestegen.
Wij werken aan een nieuwe governance rond de regionale taak maatschappelijke opvang. De kosten hiervan zullen verdeeld worden over de 8 gemeenten. Dit leidt waarschijnlijk tot een tekort omdat de regionale uitgaven nu hoger liggen dan de regionale inkomsten. De verwachting is dat deze de komende jaren gedekt kunnen worden met overschotten op beschermd wonen die regionaal verdeeld worden.
Jeugdzorg
Als gemeente zijn we niet de enige verwijzer op grond van de Jeugdwet, maar wel verantwoordelijk voor alle kosten. Ook Gecertificeerde Instellingen (GI’s), huisartsen en kinderartsen kunnen doorverwijzen. Hier hebben wij dus beperkte invloed op de doorverwijzingen en dit vormt een risico. We zetten vol in op preventie en verdere samenwerking met de huisartsen (middels de Praktijkondersteuners Huisartsen Jeugd en). Doel is om te normaliseren en dure verwijzing naar tweedelijns zorg te voorkomen. De samenwerking met de huisartsen is inmiddels structureel, waarbij de POH-Jeugd uitbreidt en er landelijke via de reikwijdte van de Jeugdwet wordt gestuurd op concretere samenwerkingsafspraken met huisartsen. Met de GI’s zijn afspraken gemaakt op Gelders niveau middels de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming. Doel is de dienstverlening te verbeteren waarbij ook de samenwerking (het samen optrekken) tussen ons lokale team en de GI’s een belangrijk speerpunt is.
Op verwijzingen naar jeugdhulp uit de Jeugdwet hebben we dus niet altijd invloed. Daarnaast zijn er zeer intensieve vormen van jeugdhulp die ook erg kostbaar zijn, zoals Integrale Verblijfshulp en Jeugdzorg Plus. Daarnaast is de afbouw van deze Jeugdzorg Plus naar kleinschalige (en dus duurdere) woonvormen gaande. We zijn en blijven verantwoordelijk voor jeugdigen uit onze eigen gemeente die in deze zeer intensieve verblijfsvormen van jeugdhulp verblijven.Tot slot dient te worden opgemerkt dat er een nieuwe inkoop voor jeugdhulp binnen de Jeugdwet vanaf 2026 is gestart. Daarvan zijn de mogelijke financiële risico’s nog moeilijk te overzien. Een voorzichtig positieve inschatting is dat we middels het afrekenen op daadwerkelijk gedane inzet (in plaats van bevoorschotting) meer grip verkrijgen op de duur van de ingezette jeugdhulp.
Participatiewet
We willen bereiken dat zoveel mogelijk mensen deelnemen aan het arbeidsproces en in de samenleving. Niet de wet staat centraal maar de vraag/ondersteuningsbehoefte van onze inwoners. Wij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze uitvoering (zoals het verstrekken van uitkeringen en het zoveel mogelijk regulier aan het werk helpen van werkzoekenden en het ondersteunen door middel van loonkostensubsidie) hebben wij bij Fijnder belegd. Wij dragen echter de financiële risico’s. ?In 2025 is het uitkeringsbestand met 2,4 % gedaald. In 2025 was de rijksuitkering (BUIG budget) voldoende om de kosten van uitkeringen te dekken. Dit blijft voor de komende jaren wel een risico, met name vanwege de toename van het aantal statushouders en inwoners met een arbeidsbeperking. ??
Inwoners met een arbeidsbeperking
Inwoners met een arbeidsmarktbeperking die onder de participatiewet vallen dienen we zoveel mogelijk regulier aan de slag te helpen Voor deze groep inwoners hebben we loonkostensubsidie beschikbaar om de beperkte loonwaarde te compenseren. Eind 2025 zijn er 53 mensen met behulp van loonkostensubsidie aan de slag bij een reguliere werkgever. Daarnaast kunnen we een voorziening beschut werk toekennen. Een steeds grotere groep slaagt er dus op deze manier in om werk te vinden. De loonkostensubsidie en de kosten voor beschut werk moeten echter wel gefinancierd worden uit het BUIG-budget. Dus ook succesvolle plaatsingen met loonkostensubsidie houden een financieel risico in voor de gemeente
Gebundelde uitkering (BUIG)
Wij ontvangen een gebundelde uitkering (de BUIG) om daarmee de uitkeringen in het kader van de Participatiewet te bekostigen. De Participatiewet kent een budgetteringsystematiek. Dit is een financieringssystematiek die zo is ingericht dat het gemeenten moet prikkelen om zoveel mogelijk mensen uit de uitkering en aan het werk te helpen en te houden. De gebundelde uitkering is een ongeoormerkt budget. Wij mogen een overschot op het budget vrij besteden, maar moeten een tekort op het budget in beginsel zelf opvangen.
Gemeenten die tekorten hebben op hun budget op grond van de PW moeten deze tekorten in beginsel opvangen uit eigen middelen. Gemeenten die een omvangrijk tekort hebben, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een aanvullend budget, de zogenaamde vangnetregeling. We hebben meermalen een beroep gedaan op deze vangnetregeling.?
Uitvoering Wsw
De wijze van uitvoering van de Wsw ligt?bij Fijnder. Hierdoor is er 1 uitvoeringsorganisatie voor alle activiteiten van sociale activering tot begeleiding naar regulier werk. De beschut binnen populatie wordt begeleid vanuit een werklocatie in Groenlo. Dit zijn eind 2025 72 werknemers. Er zijn 102 werknemers "buiten” gedetacheerd. ?De werknemers in detachering worden ook begeleid door Fijnder. Wel zijn er zorgen over het subsidieresultaat binnen de Wsw. Het subsidieresultaat is de som van de loonkosten enerzijds en de Wsw-subsidie anderzijds. Voor iedere sw-medewerker kan het subsidieresultaat worden vastgesteld.
Schuldhulp
Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening. Hierin werken we samen met de Stadsbank Oost Nederland en de vrijwilligers van Schuldhulp Op Maat. Een andere wettelijke taak is vroegsignalering waarbij het doel is om onoplosbare schulden te voorkomen en zo snel mogelijk perspectief te bieden aan onze inwoners. Door de hoge inflatie zijn de kosten van levensonderhoud enorm gestegen. Het Rijk en de gemeente heeft hierop geanticipeerd door aanvullende ondersteuningsmaatregelen aan te bieden. Daarnaast zijn uitkeringen en minimumloon fors verhoogd. We hebben in 2025 geen substantiële toename gezien van het aantal inwoners in financiële problemen. Dit blijft echter wel een risico aangezien de kosten van levensonderhoud hoog zijn en veel inwoners het maar net redden om de eindjes aan elkaar te knopen.
Statushouders
Een steeds groter deel van ons uitkeringsbestand bestaat uit statushouders. Deze groep heeft vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege allerlei oorzaken (taal, relevante opleiding, trauma etc.). Uiteraard bieden we deze inwoners taal- en integratietrajecten aan. Desondanks lopen we het risico dat deze groep langdurig een beroep moet doen op een uitkering. Hierdoor kan er een tekort ontstaan op het BUIG-budget.
Wet Inburgering
De regie op inburgering ligt sinds 1 januari 2022 bij de gemeenten, met lokale inkoop van de drie leerroutes bij vier aanbieders. Er bestaat financiële onzekerheid als meer deelnemers instromen in duurdere trajecten of wanneer deelnemers moeten wijzigen/afschalen van route gedurende een lopend traject. Daarnaast kan vertraging in de start of voortgang van cursussen, bijvoorbeeld door tekort aan kinderopvang, leiden tot extra kosten of langere trajecten. Ook het risico dat inburgeraars hun traject niet binnen de wettelijke termijn afronden kan extra uitgaven veroorzaken, omdat gemeenten aanvullende trajecten of verlengingen moeten inkopen. Wijzigingen in wet- en regelgeving, onverwachte instroompieken van statushouders en administratieve of uitvoeringsrisico’s bij Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) vormen eveneens financiële aandachtspunten.
De gemeente monitort daarom instroom, verdeling over leerroutes en trajectvoortgang nauw, en zet waar nodig maatwerk en aanvullende trajecten in om risico’s te beperken.
Bouwgrondexploitatie
Vanuit strategisch en financieel oogpunt is het noodzakelijk om minimaal 1 keer per jaar de ontwikkeling en verkoop van woningen en bedrijventerreinen herzien.
De afgelopen periode zijn diverse bouwkavels en bedrijfskavels verkocht. De financiële gevolgen brengen we bij de vaststelling van de bestemmingsplannen met bijbehorende exploitatieopzetten in beeld. Ook houden we al bij nieuwe bestemmingsplannen rekening met de uitspraak van de Raad van State over stikstof.
De nota grondbeleid is door u vastgesteld. Uitgangspunt voor bouwgrondexploitatie blijft een sluitende exploitatieopzet. Jaarlijks actualiseren we de exploitatieopzetten. Als hieruit blijkt dat een tekort ontstaat, verwerken we het verlies in de jaarrekening. Wij verwachten dat de exploitatie van zowel woningbouw als bedrijventerreinen minimaal kostendekkend is. In de nota grondbeleid gaan we nader in op de exploitaties en de maatregelen die nodig zijn om financiële risico’s te beheersen. Bij de waardering van de gronden houden we rekening met invoering van de vennootschapsbelastingplicht en kiezen we voor de fiscaal meest gunstige optie.
Regionaal bedrijvenpark Laarberg
In de huidige economische situatie zijn er financiële risico’s verbonden aan de bouwgrondexploitatie van Laarberg. De risico’s en onzekerheden kunnen we moeilijk inschatten. De financiële risico’s hebben we verdisconteerd in het benodigde weerstandsvermogen. Hierbij hebben we rekening gehouden met de lange looptijd van de exploitatie en het te verwachten exploitatieresultaat bij verschillende scenario’s.
Planschadevergoeding
Bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen met projectafwijking sluiten we een afwentelingsovereenkomst planschade af. Zo vergoedt de initiatiefnemer eventuele planschadekosten. Een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de toekomstige ontwikkeling van bouwgrond die we als gemeente zelf in ontwikkeling brengen, bekostigen we binnen de exploitatieopzet van het plan.
Implementatie Omgevingswet
De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Met de invoering van de Omgevingswet krijgt de gemeente meer decentrale ruimte om eigen beleidskeuzes te maken. Deze beleidsvrijheid heeft vooralsnog niet gezorgd voor grotere risico's. De kennisontwikkeling binnen de gemeente en de voorlichting en informatieverstrekking naar partners heeft meer duidelijkheid gebracht en initiatiefnemers lijken de weg in de Omgevingswet gevonden te hebben.
Onze laagdrempelige en integrale dienstverlening zorgt voor meer duidelijkheid in een vroeg stadium bij initiatieven. Het digitaal stelsel omgevingswet is weliswaar voor alle betrokken lastig en ingewikkeld maar door het vertalen naar “toepasbare regels” is dit beheersbaar.
Het rekenkameronderzoek naar kostendekkendheid van onze leges draagt bij aan de verdere verfijning in de bijdrage van initiatiefnemers aan onze kosten van dienstverlening. Onze capaciteit en middelen zijn in lijn met de gevraagde ontwikkelingen en daadwerkelijk gevraagde dienstverlening.
Wet Kwaliteitsborging Bouw
Op 1 januari 2024 is de omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) ingevoerd. Het nieuwe stelsel betekend dat voor bouwwerken in gevolgklasse 1 (woningen en kleine bedrijfspanden) geen vergunning maar een melding moet worden ingediend voor het bouwtechnisch gedeelte. Voor deze meldingen mogen we als gemeente geen leges berekenen. Echter de beoordeling van de meldingen en bij eventuele overtredingen hebben wij als gemeente wel een taak. Vanaf 2024 zijn er nauwelijks bouwmeldingen ingediend en kunnen we op dit moment nog niet inschatten hoeveel capaciteit dit vergt voor de organisatie. Gedurende de komende jaren zal de monitoring blijven plaatsvinden om zo tijdig in te schatten wat voor een gevolgen het nieuwe stelsel betekend voor de capaciteit. Dit wordt vastlegt in het Integraal uitvoeringsprogramma en jaarverslag.
Fiscale risico’s
Wij hebben geïnventariseerd welke activiteiten belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting en de fiscale openingsbalans is opgesteld. De vennootschapsbelasting kan ook een last in de begroting met zich meebrengen, over de fiscale winst moeten we vennootschapsbelasting betalen. De prognose is dat wij verliezen kunnen verrekenen zodat er geen vennootschapsbelasting verschuldigd is.
Naar aanleiding van de negatieve uitspraak door de Belastingdienst op het door ons aangetekende bezwaar 2016 d.d. 5 januari 2024 hebben wij op 1 februari 2024 een beroepschrift ingediend inzake de toepassing van het zogenoemde “schoolkostenmodel” op de verbouwing van de scholengemeenschap het Marianum. De eerste zitting heeft begin januari 2026 plaatsgevonden. Er heeft nog geen uitspraak gedaan door de rechtbank.
Verzekeringsrisico’s
Voor zowel materiële (gebouwen/kunstvoorwerpen e.d.) als immateriële zaken (aansprakelijkheid, fraudeverzekering en bestuurdersaansprakelijkheid e.d.) hebben we met verzekeringspolissen de risico’s afgedekt. Jaarlijks heroverwegen we de verzekeringspolissen. In regionaal verband besteden we de diverse verzekeringen aan.
Momenteel is de VNG bezig met het mogelijk oprichten van een Risicobeheerfonds . Het Risicobeheerfonds ontzorgt gemeenten door risico’s te verminderen en de behandeling van schades over te nemen. Een eigen verzekeringsmaatschappij maakt deel uit van het Risicobeheerfonds. Hierdoor kunnen mogelijk forse premiebesparingen worden gerealiseerd en zijn aanbestedingen van verzekeringen niet meer nodig. Gemeente kunnen zelf bepalen of ze willen deelnemen. Doel van het VNG Risicobeheerfonds is het verlagen van de verzekeringspremies en het verhogen van de veiligheid. Dit sluit aan bij de Verenigingsstrategie 2030 om door samenwerking en kennisdeling de bestuurskrachten van gemeenten te versterken. We volgen de ontwikkelingen en zullen ter zijner tijd mogelijk van dit fonds gebruik gaan maken.
Vastgoed
De financiële risico’s maken we door middel van een jaarlijkse update van het kwaliteitsniveau van de gebouwen en de financiële vertaling daarvan zowel op het niveau van groot onderhoud als op niveau van klachtenonderhoud inzichtelijk. De omvang van de bestemmingsreserve groot onderhoud gebouwen is op dit moment voldoende. Op dit moment wordt er ook geïnvesteerd in het verduurzamen van het eigen vastgoed om aan de wettelijke vereisten te voldoen. De wettelijke regelgeving is de laatste tijd aan behoorlijke veranderingen onderhevig is. Het is niet bekend of de regelgeving van vandaag, morgen ook nog geldt.
Een belangrijk financieel risico betreft de mogelijke waardedaling van het gemeentelijk vastgoed. Het gaat hierbij om vastgoed waarbij de gemeente voornemens is wijzigingen door te voeren zoals een bestemmingsplanwijziging, verkoop of sloop. Jaarlijks kijken we of er sprake is van een wijziging bij een van de gemeentelijke gebouwen. Als sprake is van een waardedaling corrigeren we dat bij de jaarrekening. Het financieel effect hiervan kan van redelijk grote omvang zijn en een fors negatief effect hebben op het rekeningresultaat en daarmee op de vrij besteedbare reserve.
Toereikende bestemmingsreserves voor onderhoudsvoorzieningen
Op basis van de beschikbare beheerprogramma’s zijn de bestemmingsreserves op niveau. Onvoorziene omstandigheden daargelaten zijn de financiële risico’s voldoende afgedekt.
Financiële kengetallen
Onderstaande kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen afdekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid.
| Kengetallen |
Jaarrek. 2024 |
Jaarrek. 2025
|
Begrot. 2025
|
Cat. A
|
Cat. B
|
Cat. C
|
|
Netto schuldquote
|
69% |
78%
|
68% |
<90% |
90-130% |
>130% |
|
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
|
57% |
65%
|
57% |
<90% |
90-130% |
>130% |
|
Solvabiliteitsratio
|
36% |
36%
|
35% |
>50% |
20-50% |
<20% |
|
Grondexploitatie (waarde van de grond t.o.v. geraamde baten)
|
3% |
7,58%
|
0,1% |
<20% |
20-35% |
>35% |
|
Structurele exploitatieruimte Begroting
|
5,63% |
7,55%
|
1,58% |
Begr. en MJR >0% |
Begr. of MJR >0% |
Begr. en MJR < 0% |
|
Gemeentelijke belastingcapaciteit
|
69% |
70%
|
74% |
<95% |
95-105% |
>105% |
|
Weerstandsvermogen
|
1349% |
688%
|
292% |
>100% |
80-100% |
<80% |