Gezonde gemeentefinanciën als uitgangspunt

Voortzetting bestaand beleid

Terug naar navigatie - Inleiding

Voortzetting van het huidige beleid inclusief voorgenomen dan wel reeds besloten wijzigingen leiden tot de volgende financiële ontwikkeling, dit op basis van de huidige inzichten.

Structureel resultaat 2022 - 2025

Terug naar navigatie - Structureel resultaat 2022 - 2025

 

2022

2023

2024

2025

Begrotingsuitkomst lopend jaar

377.827

377.827

377.827

377.827

Dekkingsplan 2022-2023

159.162

273.324

273.324

273.324

Ontwikkeling algemene, integratie- en decentralisatie-uitkeringen

1.523.835

1.091.160

1.286.540

1.589.750

Belastingen en leges

139.000

278.000

417.000

556.000

Vrijval kapitaallasten

414.000

557.000

817.000

1.024.000

Vrijval nieuw beleid

0

175.042

175.042

175.042

Structureel resultaat

2.613.824

2.752.353

3.346733

3.995.943

 

Dekkingsplan 2022 - 2023

Terug naar navigatie - Dekkingsplan 2022 - 2023

De structurele positieve effecten van het dekkingsplan 2022-2023 vloeien voort uit de programmabegroting 2021 en de meerjarenramingen 2022-2023. De belangrijkste taakstellingen zien op de personeelsformatie, De Mattelier en lagere energielasten.

Ontwikkeling algemene-, integratie- en decentralisatie uitkeringen

Terug naar navigatie - Ontwikkeling algemene-, integratie- en decentralisatie uitkeringen

De ontwikkeling van de algemene uitkering is gebaseerd op de decembercirculaire 2020. Over alle jaren zien wij een positievere bijstelling van het accres dan de meicirculaire waar de begroting 2021 op is gebaseerd. De algemene uitkering is voor alle jaren geraamd op constante prijzen. De komende meicirculaire zal meer duidelijkheid geven over de ontwikkeling van de algemene uitkering voor de komende jaren. Het effect hiervan is, gelet op de financiële omvang, van wezenlijk belang voor onze financiële positie.

Overgangsregeling algemene uitkering

Terug naar navigatie - Overgangsregeling algemene uitkering

Het gemeentefonds wordt de komende jaren aangepast. Er komen minder maatstaven op grond waarvan de algemene uitkering over de gemeenten wordt verdeeld. De herijking is nodig, omdat de huidige verdeling van het rijksgeld over de gemeenten in de loop der decennia is scheefgegroeid. Op basis van actuele informatie lijkt dit een neutraal gevolg te hebben voor onze gemeente. Het effect is daarom niet opgenomen in het overzicht.

Voorstellen van nieuw beleid

Terug naar navigatie - Voorstellen van nieuw beleid - inleiding

De voorstellen van nieuw beleid zijn onderverdeeld naar de volgende categorieën:

  1. Voorstellen van nieuw beleid bestaande uit de onderdelen besluit (inclusief wettelijke verplichtingen).
  2. Voorstellen van nieuw beleid bestaande uit de onderdelen noodzakelijk en besluit. 
  3. Voorstellen van nieuw beleid bestaande uit het onderdeel besluit wenselijk, noodzakelijk en besluit.

Voorstellen van nieuw beleid (besluit)

Terug naar navigatie - Voorstellen van nieuw beleid (besluit)

De voorstellen uit categorie 1 betreffen voorstellen waarover reeds een besluit is genomen dan wel vloeien deze voort uit een wettelijke verplichting.

De voorstellen (zie tabel 1.2) leiden tot een netto structurele last in de exploitatie van € 251.721 en een onttrekking uit de bestemmingsreserves en de vrij besteedbare reserve van € 212.458.

Voorstellen van nieuw beleid (besluit)

2022

2023

2024

2025

Programma 1 – Leefomgeving

204.920

385.650

446.002

432.355

Programma 2 – Inwoners

184.260

184.260

184.260

184.260

Programma 3 – Economie

75.000

75.000

75.000

0

Programma 4 – Bestuur, dienstverlening en bedrijfsvoering

0

5.000

0

0

 

464.180

648.910

705.262

616.615

Waarvan ten laste van reserve en voorzieningen

212.458

228.000

233.542

94.083

Netto ten laste van de exploitatie

251.721

420.910

471.721

522.532

Tabel 1.2 voorstellen nieuw beleid (besluit + wettelijke verplichtingen)

Voorstellen van nieuw beleid (besluit + noodzakelijk)

Terug naar navigatie - Voorstellen van nieuw beleid (besluit + noodzakelijk)

De voorstellen uit categorie 2 betreffen voorstellen uit categorie 1 en de noodzakelijke voorstellen.

De voorstellen (zie tabel 1.3) leiden tot een netto structurele last in de exploitatie van € 2.294.934 en een onttrekking uit de bestemmingsreserves en de vrij besteedbare reserve van € 1.174.279.

Voorstellen van nieuw beleid (besluit+noodzakelijk)

2022

2023

2024

2025

Programma 1 – Leefomgeving

1.167.953 1.313.864 1.643.701 1.739.549

Programma 2 – Cultuur, onderwijs, welzijn, zorg en inkomen

1.558.260 1.676.809 1.844.809 1.844.809

Programma 3 – Economie en werkgelegenheid

275.000 215.000 215.000 140.000

Programma 4 – Bestuur, dienstverlening en bedrijfsvoering

468.000 478.000 505.000 498.000

 

3.469.213 3.683.673 4.208.510 4.222.358

Waarvan ten laste van reserve en voorzieningen

1.174.279 954.032 1.005.537 835.092

Netto ten laste van de exploitatie

2.294.934 2.729.641 3.202.972 3.387.266

Tabel 1.3 voorstellen nieuw beleid (besluit + noodzakelijk)

Financieel perspectief bestaand en nieuw beleid

Financieel perspectief bestaand beleid en nieuw beleid (besluiten + wettelijke verplichtingen)

Terug naar navigatie - Financieel perspectief bestaand beleid en nieuw beleid (besluiten + wettelijke verplichtingen)

Bestaand beleid en nieuw beleid voortvloeiende uit besluiten en wettelijke verplichtingen geven het volgende financieel resultaat:

 

2022

2023

2024

2025

Structureel bestaand beleid

2.613.824

2.752.353

3.346.733

3.995.943

Voorstellen nieuw beleid (besluit + wettelijke verplichtingen)

251.721

420.910

471.721

522.532

Structureel overschot

2.362.103

2.331.444

2.875.012

3.473.411

Tabel 1.4 bestaand beleid + voorstellen nieuw beleid (besluit + wettelijke verplichtingen)

Financieel perspectief bestaand beleid en nieuw beleid (besluiten + wettelijke verplichtingen + noodzakelijke voorstellen))

Terug naar navigatie - Financieel perspectief bestaand beleid en nieuw beleid (besluiten + wettelijke verplichtingen + noodzakelijke voorstellen))

Bestaand beleid en nieuw beleid zowel besluiten, wettelijke verplichtingen als noodzakelijke voorstellen geven het volgende financieel resultaat:

 

2022

2023

2024

2025

Structureel bestaand beleid

2.613.824

2.752.353

3.346.733

3.995.943

Voorstellen nieuw beleid (besluit + wettelijke verplichtingen + noodzakelijk)

2.294.934

2.729.641

3.202.972

3.387.266

Structureel overschot/tekort

318.890

22.712

143.761

608.677

Tabel 1.5 bestaand beleid + voorstellen nieuw beleid (besluit, wettelijke verplichtingen en noodzakelijk)

Ontwikkeling van de reservepositie

Terug naar navigatie - Reservepositie - inleiding

De ondergrens van de algemene reserve is € 4 miljoen.

Onderstaande tabel toont de stand van onze vrij besteedbare reserve per balansdatum over de jaren 2022 t/m 2025 op basis van de onttrekkingen en dotaties als gevolg bestaand beleid en de voorstellen van nieuw beleid (categorie 2) Uit deze tabel blijkt dat de positie van de algemene reserve niet meer voldoet aan de ondergrens van € 4 miljoen zoals eerder door de gemeenteraad is vastgesteld.

Terug naar navigatie - Reservepositie

 

2022

2023

2024

2025

Vrije besteedbare reserve 1-1

3.035.882

2.536.556

2.018.951

1.354.807

Rente

13.294

12.183

9.095

6.774

Nieuw beleid 

-831.500

-552.500

-517.000

-435.000

Begrotingsresultaat

318.890

22.712

43.761

508.677

Vrije besteedbare reserve 31-12

2.536.566

2.018.951

1.354.807

1.435.258

Tabel 1.6 ontwikkeling vrije besteedbare reserve met voorstellen van nieuw beleid (categorie 2)

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Naast een structureel sluitende meerjarenbegroting is het voor de robuustheid van de gemeentelijke financiële positie noodzakelijk om te voldoen aan de gestelde norm voor het weerstandsvermogen.

Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij kunnen beschikken om niet-begrote kosten op te vangen. De belangrijkste componenten van de weerstandscapaciteit zijn de vrij beschikbare reserves, de onbenutte belastingcapaciteit en de mogelijkheden om te kunnen bezuinigingen.

Hoewel de stand van vrij besteedbare reserve niet voldoet aan de ondergrens zoals deze is vastgesteld door de gemeenteraad voldoet ons weerstandsvermogen nog steeds aan de norm. De som van vrij besteedbare reserve en onbenutte belastingcapaciteit is hoger dan becijferde gemiddelde schadelast van € 1.657.500 (bron programmabegroting 2021). 

De huidige coronacrisis brengt veel onzekerheden en nieuwe risico’s met zich mee die wij op dit moment nog onmogelijk kunnen overzien en kwantificeren. Het mag duidelijk zijn dat deze crisis gevolgen zal hebben voor het weerstandsvermogen. We zien onder meer onzekerheden en potentiële (financiële) risico’s op de volgende terreinen:

  • zorgverlening aan onze inwoners
  • maatregelen in het kader van de gezondheid
  • uitkeringen aan onze inwoners
  • subsidieverlening aan verenigingen en andere instellingen
  • ontwikkelingen in de grondexploitaties
  • bedrijfsvoering van onze organisatie
  • lopende en nieuw te starten projecten
  • financiering en bekostiging van onze activiteiten
  • heffing en invordering van lokale heffingen

De organisatie monitort voortdurend de ontwikkelingen en de hieraan verbonden risico’s en gevolgen voor onze begrotingspositie. Waar mogelijk worden dan ook maatregelen genomen om deze risico's te beheersen en/of de gevolgen hiervan te beperken. Het doen van voorspellingen is ook in deze fase van de crisis erg moeilijk. Hoewel de extra uitgaven van wege de crisis tot op heden voor een belangrijk deel gedekt kunnen worden uit de extra ontvangen Rijksmiddelen valt niet uit te sluiten dat in de toekomst een beroep moet worden gedaan op onze reservepositie. 

Financiële uitgangspunten

Financiële uitgangspunten

Terug naar navigatie - Financiële uitgangspunten

Met het oog op de voorbereiding van de begroting 2022 worden de volgende uitgangspunten voorgesteld:

Nieuw beleid

Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2022 wordt uitgegaan van aanvaard / bestaand beleid 2021 zoals vastgelegd in de begroting 2021 inclusief de vastgestelde wijzigingen. Met betrekking tot de waardering en afschrijving vaste activa wordt aangesloten bij de verordening 212, vastgesteld in december 2018.

Prijsontwikkeling

In de begroting 2022 wordt voor aanvaard / bestaand beleid een algemene prijsontwikkeling van 1,4% gehanteerd. Dit sluit aan met de prijsontwikkeling van het BBP voor 2022.

In de samenstelling van de begroting 2022 worden de salarissen van maart 2021 als uitgangspunt genomen. Tevens dienen de normale periodieke verhogingen, meegenomen te worden. De CAO loopt t/m 31 december 2020. Voor 2022 wordt t.a.v. de loonontwikkeling een stijging 1,4% gehanteerd. De onderhandelingen tussen de VNG en de vakbonden verlopen stroef. De vakbonden houden vast aan een looneis van 2,75% en daar staat een loonbod van de VNG 0,5% tegenover. Vooralsnog hanteren wij derhalve de algemene prijsontwikkeling als richtlijn.

Als gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds per 1 januari 2003 worden de bedragen exclusief btw opgenomen. Een uitzondering hierop zijn onder andere de bedragen voor onderwijs, gezondheidszorg en kosten voor de decentralisaties.

Gemeenschappelijke regelingen

De inwonerbijdrage mag niet meer stijgen dan de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product zoals weergegeven in de septembercirculaire gemeentefonds van twee jaar voor het begrotingsjaar.

Voor het percentage van 2022 kijken we naar de septembercirculaire 2020. Hierin staat een prijsontwikkeling van het BBP voor 2022 van 1,4%.

Subsidies

Het indexpercentage waarmee de subsidie maximaal mag stijgen wordt niet meer bepaald aan de hand van de septembercirculaire (methode trapje op trapje af). Het is niet meer reëel dat de indexering van de subsidies gelijk opgaat met de accresontwikkeling. In de normeringssystematiek wordt als basis niet langer meer de netto gecorrigeerde uitgaven gehanteerd, maar de totale rijksuitgaven (inclusief zorg en sociale zekerheid).

De prijsindex voor subsidies wordt nu gelijkgesteld met de index voor gemeenschappelijke regelingen, de prijsindex van het Bruto Binnenlands Product. Dit is voor het jaar 2022 1,4%.

Rente

Het rentepercentage voor toevoeging van rente aan reserves, opgenomen in de staat van reserves en voorzieningen, wordt voor 2022 vastgesteld op 0,5%. Onttrekking uit de bestemmingsreserve met een percentage van 0,25%, welk bedrag wordt toegevoegd aan de exploitatie.

Het omslagpercentage wordt vastgesteld op 0,5%, in de begroting wordt het verwachte financieringsresultaat geraamd.

Demografie/krimp

De te verwerken autonome groei in 2022, aantal rioolaansluitingen, m2 onderhouden groen etc., wordt in de begroting meegenomen. In de toelichting dient expliciet te worden aangegeven met welke groei rekening is gehouden. Daarom niet meer opnemen bij nieuw beleid.

Overige ontwikkelingen

De tarieven voor riolering en afvalstoffenheffing moeten nog herberekend worden.

Als aantal inwoners per 1 januari 2022 wordt 29.600 aangehouden.

Financieel perspectief

Terug naar navigatie - Financieel perspectief

Het financieel perspectief wordt opgebouwd uit de onderdelen; voortzetting bestaand beleid, voorstellen van nieuw beleid en het bijbehorende dekkingsplan. Uiteindelijk moet dit verplicht leiden tot een structureel sluitende meerjarenbegroting. Maar ook tot een zekere robuustheid van onze financiële positie waarbij het noodzakelijk is over een vrij besteedbare reserve te beschikken, waarmee we tegenvallers kunnen opvangen.

Zoals bekend is de financiële positie de afgelopen maanden fors verslechterd. Wij zijn daarin niet uniek, omdat de belangrijkste oorzaken liggen in besluitvorming op rijksniveau, en als er géén corrigerende maatregelen komen, maakt dat de opdracht lastig.

In de programmabegroting van 2021 en de meerjarenramingen 2022-2023 is een dekkingsplan opgenomen. Dit dekkingsplan is reeds meegenomen in de cijfers voor de programmabegroting 2022 en meerjarenramingen 2023-2025.