Gezonde gemeentefinanciën als uitgangspunt

Voortzetting bestaand beleid

Terug naar navigatie - Inleiding

De afgelopen periode zijn er diverse ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op het bestaand beleid, onder andere een stijging van de rente (en de daarmee samenhangende stijging van de kapitaallasten voor de reeds gedane investeringen), ontwikkeling van de prijzen van de inkoop lumpsum en de nieuwe cao voor ambtenaren. Wat en voor hoeveel het Rijk de gemeenten hierin zal compenseren, wordt duidelijk bij de meicirculaire. Deze wordt eind mei/begin juni gepubliceerd, wat daardoor een onzekerheid vormt voor deze kadernota. Daarom is ervoor gekozen om twee scenario's op te stellen. De eerste met geen compensatie vanuit het Rijk en de tweede met 70% compensatie vanuit het Rijk. Voortzetting van het huidige beleid inclusief voorgenomen dan wel reeds besloten wijzigingen leiden hiermee tot de volgende financiële ontwikkeling.

Structureel resultaat 2024 - 2027

Terug naar navigatie - Structureel resultaat 2024 - 2027

Situatie geen compensatie vanuit het Rijk:

x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Begrotingsuitkomst lopend jaar

376

376

376

376

Ontwikkeling algemene, integratie- en decentralisatie-uitkeringen

1.508

4.241

2.792

2.464

Jetten gelden

543

543

543

543

Belastingen en leges

163

327

490

654

Vrijval kapitaallasten

850

600

900

1.200

Taakstelling uitgaven

525

525

525

525

Ontwikkeling prijzen (inkoop lumpsum)

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

Ontwikkelingen rente

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

Nieuwe cao ambtenaren

-900

-900

-900

-900

Structureel resultaat

765

3.412

2.426

2.562

 

Situatie compensatie vanuit het Rijk voor 70%:

x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Begrotingsuitkomst lopend jaar

376

376

376

376

Ontwikkeling algemene, integratie- en decentralisatie-uitkeringen

1.508

4.241

2.792

2.464

Jetten gelden

543

543

543

543

Compensatie Rijk

1.330

1.330

1.330

1.330

Belastingen en leges

163

327

490

654

Vrijval kapitaallasten

850

600

900

1.200

Taakstelling uitgaven

525

525

525

525

Ontwikkeling prijzen (inkoop lumpsum)

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

Ontwikkelingen rente

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

Nieuwe cao ambtenaren

-900

-900

-900

-900

Structureel resultaat

2.095

4.742

3.756

3.892

 

Ontwikkeling algemene-, integratie- en decentralisatie uitkeringen

Terug naar navigatie - Ontwikkeling algemene-, integratie- en decentralisatie uitkeringen

De ontwikkeling van de algemene uitkering is gebaseerd op de decembercirculaire 2022. Over alle jaren zien wij een positievere bijstelling van het accres dan de meicirculaire waar de begroting 2023 op is gebaseerd. De algemene uitkering is voor alle jaren geraamd op constante prijzen. De komende meicirculaire zal meer duidelijkheid geven over de ontwikkeling van de algemene uitkering voor de komende jaren. Het effect hiervan is, gelet op de financiële omvang, van wezenlijk belang voor onze financiële positie.

Overgangsregeling algemene uitkering

Terug naar navigatie - Overgangsregeling algemene uitkering

Het gemeentefonds wordt de komende jaren aangepast. Er komen minder maatstaven op grond waarvan de algemene uitkering over de gemeenten wordt verdeeld. De herijking is nodig, omdat de huidige verdeling van het rijksgeld over de gemeenten in de loop der decennia is scheefgegroeid. Op basis van actuele informatie lijkt dit een neutraal gevolg te hebben voor onze gemeente. Het effect is daarom niet opgenomen in het overzicht.

Voorstellen van nieuw beleid

Terug naar navigatie - Voorstellen van nieuw beleid - inleiding

De voorstellen voor nieuw beleid worden onderverdeeld in autonome ontwikkelingen (c.q. reeds genomen besluiten) en nieuw beleid. Beide leiden tot het volgende beslag op middelen. In de bijlage ("iets te kiezen model") vindt u de uitwerking van de voorstellen van nieuw beleid per programma.

Voorstellen van nieuw beleid (investeringsniveau)

Terug naar navigatie - Voorstellen van nieuw beleid (investeringsniveau)

Investeringsniveau (x € 1.000)

Programma

2024

2025

2026

2027

1. Wonen - autonome ontwikkelingen

7.199

8.993

6.829

3.243

1. Wonen - nieuw beleid

490

1.340

910

3.180

2. Welzijn - autonome ontwikkelingen

5.600

0

0

0

2. Welzijn - nieuw beleid

0

0

0

0

3. Werken - autonome ontwikkelingen

0

0

0

0

3. Werken - nieuw beleid

0

0

0

0

4. Dienstverlening - autonome ontwikkelingen

0

0

0

0

4. Dienstverlening - nieuw beleid

100

0

0

0

Totaal

13.389

10.333

7.739

6.423

 

Voorstellen van nieuw beleid (budgettaire lasten)

Terug naar navigatie - Voorstellen van nieuw beleid (budgettaire lasten)

Budgettaire lasten x € 1.000

Programma

2024

2025

2026

2027

1. Wonen - autonome ontwikkelingen

857 1.413 1.819 2.050

1. Wonen - nieuw beleid

896 894 947 1.152

2. Welzijn - autonome ontwikkelingen

487 528 508 308

2. Welzijn - nieuw beleid

961 588 613 583

3. Werken - autonome ontwikkelingen

222 147 97 0

3. Werken - nieuw beleid

150 65 65 65

4. Dienstverlening - autonome ontwikkelingen

57 50 50 50

4. Dienstverlening - nieuw beleid

322 277 132 132

Waarvan ten laste van reserve en voorzieningen

-2.458 -1.602 -1.378 -1.229

Netto ten laste van de exploitatie

1.494 2.360 2.853 3.111

 

Financieel perspectief bestaand en nieuw beleid

Financieel perspectief geen compensatie

Terug naar navigatie - Financieel perspectief geen compensatie

Bestaand beleid en nieuw beleid met daarbij geen compensatie vanuit het Rijk, geven het volgende financieel resultaat (x € 1.000):

 

2024

2025

2026

2027

Structureel bestaand beleid

765

3.412

2.426

2.562

Voorstellen nieuw beleid

-1.494

-2.360

-2.853

-3.111

Structureel overschot/tekort

-729

1.052

-427

-549

 

Financieel perspectief wel compensatie

Terug naar navigatie - Financieel perspectief wel compensatie

Bestaand beleid en nieuw beleid met daarbij wel compensatie vanuit het Rijk, geven het volgende financieel resultaat (x € 1.000):

 

2022

2023

2024

2025

Structureel bestaand beleid

2.095

4.742

3.756

3.892

Voorstellen nieuw beleid

-1.494

-2.360

-2.853

-3.111

Structureel overschot

601

2.382

903

781

 

Ontwikkeling van de reservepositie

Terug naar navigatie - Reservepositie - inleiding

De ondergrens van de algemene reserve is € 4 miljoen.

Onderstaande tabel toont de stand van onze vrij besteedbare reserve per balansdatum over de jaren 2024 t/m 2027 op basis van de onttrekkingen en dotaties als gevolg bestaand beleid en de voorstellen van nieuw beleid, rekening houdend met een compensatie vanuit het Rijk. Uit deze tabel blijkt dat de positie van de algemene reserve ruim voldoet aan de ondergrens van € 4 miljoen zoals eerder door de gemeenteraad is vastgesteld.

Terug naar navigatie - Reservepositie

x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Vrije besteedbare reserves

6.416

7.945

8.341

8.851

         

Beschikbare weerstandscapaciteit

7.784

9.313

9.708

10.219

Benodigde weerstandscapaciteit

-2.500

-2.500

-2.500

-2.500

Weerstandscapaciteit boven de norm

5.284

6.813

7.208

7.719

 

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Naast een structureel sluitende meerjarenbegroting is het voor de robuustheid van de gemeentelijke financiële positie noodzakelijk om te voldoen aan de gestelde norm voor het weerstandsvermogen.

Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij kunnen beschikken om niet-begrote kosten op te vangen. De belangrijkste componenten van de weerstandscapaciteit zijn de vrij beschikbare reserves, de onbenutte belastingcapaciteit en de mogelijkheden om te kunnen bezuinigingen.

Hoewel de stand van vrij besteedbare reserve niet voldoet aan de ondergrens zoals deze is vastgesteld door de gemeenteraad voldoet ons weerstandsvermogen nog steeds aan de norm. De som van vrij besteedbare reserve en onbenutte belastingcapaciteit is hoger dan becijferde gemiddelde schadelast van € 1.657.500 (bron programmabegroting 2023). 

De huidige coronacrisis brengt veel onzekerheden en nieuwe risico’s met zich mee die wij op dit moment nog onmogelijk kunnen overzien en kwantificeren. Het mag duidelijk zijn dat deze crisis gevolgen zal hebben voor het weerstandsvermogen. We zien onder meer onzekerheden en potentiële (financiële) risico’s op de volgende terreinen:

  • zorgverlening aan onze inwoners
  • maatregelen in het kader van de gezondheid
  • uitkeringen aan onze inwoners
  • subsidieverlening aan verenigingen en andere instellingen
  • ontwikkelingen in de grondexploitaties
  • bedrijfsvoering van onze organisatie
  • lopende en nieuw te starten projecten
  • financiering en bekostiging van onze activiteiten
  • heffing en invordering van lokale heffingen

De organisatie monitort voortdurend de ontwikkelingen en de hieraan verbonden risico’s en gevolgen voor onze begrotingspositie. Waar mogelijk worden dan ook maatregelen genomen om deze risico's te beheersen en/of de gevolgen hiervan te beperken. Het doen van voorspellingen is ook in deze fase van de crisis erg moeilijk. Hoewel de extra uitgaven van wege de crisis tot op heden voor een belangrijk deel gedekt kunnen worden uit de extra ontvangen Rijksmiddelen valt niet uit te sluiten dat in de toekomst een beroep moet worden gedaan op onze reservepositie. 

Financiële uitgangspunten

Financiële uitgangspunten

Terug naar navigatie - Financiële uitgangspunten

Met het oog op de voorbereiding van de begroting 2024 worden de volgende uitgangspunten voorgesteld:

Nieuw beleid

Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2024 wordt uitgegaan van aanvaard / bestaand beleid 2023 zoals vastgelegd in de programmabegroting 2023 inclusief de vastgestelde wijzigingen. Met betrekking tot de waardering en afschrijving vaste activa wordt aangesloten bij de verordening 212 en de uit de BBV voortvloeiende voorschriften .

Prijsontwikkeling

In de begroting 2024 wordt voor aanvaard / bestaand beleid een algemene prijsontwikkeling van 3,8% gehanteerd. Dit sluit aan met de prijsontwikkeling van het BBP voor 2023.
In de samenstelling van de begroting 2024 worden de salarissen van maart 2023 als uitgangspunt genomen. Tevens dienen de normale periodieke verhogingen, meegenomen te worden. De onderhandelingen tussen de VNG en de vakbonden verlopen stroef. De vakbonden houden vast aan een looneis van 11,25% en daar staat een loonbod van de VNG van 5% voor per 1 februari 2023 en 3% per 1 april 2024. Vooralsnog gaan wij uit van een stijging van 8% als richtlijn.
Als gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds per 1 januari 2003 worden de bedragen exclusief btw opgenomen. Een uitzondering hierop zijn onder andere de bedragen voor onderwijs, gezondheidszorg en kosten voor de decentralisaties.

Gemeenschappelijke regelingen

De inwonerbijdrage mag niet meer stijgen dan de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product zoals weergegeven in de septembercirculaire gemeentefonds van twee jaar voor het begrotingsjaar.
Voor het percentage van 2024 kijken we naar de septembercirculaire 2023. Hierin staat een prijsontwikkeling van het BBP voor 2024 van 3,8%.

Subsidies

Het indexpercentage waarmee de subsidie maximaal mag stijgen wordt niet meer bepaald aan de hand van de septembercirculaire (methode trapje op trapje af). Het is niet meer reëel dat de indexering van de subsidies gelijk opgaat met de accresontwikkeling. In de normeringssystematiek wordt als basis niet langer meer de netto gecorrigeerde uitgaven gehanteerd, maar de totale rijksuitgaven (inclusief zorg en sociale zekerheid).
De prijsindex voor subsidies wordt nu gelijkgesteld met de index voor gemeenschappelijke regelingen, de prijsindex van het Bruto Binnenlands Product. Dit is voor het jaar 2024 3,8%.

Rente

Het rentepercentage voor toevoeging van rente aan reserves, opgenomen in de staat van reserves en voorzieningen, wordt voor 2024 vastgesteld op 3%. Onttrekking uit de bestemmingsreserve met een percentage van 0,5%, welk bedrag wordt toegevoegd aan de exploitatie.
Het omslagpercentage wordt vastgesteld op 3%, in de begroting wordt het verwachte financieringsresultaat geraamd.

Demografie/krimp

De te verwerken autonome groei in 2024, aantal rioolaansluitingen, m2 onderhouden groen etc., wordt in de begroting meegenomen. In de toelichting dient expliciet te worden aangegeven met welke groei rekening is gehouden. Daarom niet meer opnemen bij nieuw beleid.

Overige ontwikkelingen

De tarieven voor riolering en afvalstoffenheffing moeten nog herberekend worden.
Als aantal inwoners per 1 januari 2024 wordt 29.800 aangehouden.

Financieel perspectief

Terug naar navigatie - Financieel perspectief

Het financieel perspectief wordt opgebouwd uit de onderdelen; voortzetting bestaand beleid, voorstellen van nieuw beleid en het bijbehorende dekkingsplan. Uiteindelijk moet dit verplicht leiden tot een structureel sluitende meerjarenbegroting. Maar ook tot een zekere robuustheid van onze financiële positie waarbij het noodzakelijk is over een vrij besteedbare reserve te beschikken, waarmee we tegenvallers kunnen opvangen.

Zoals bekend is de financiële positie de afgelopen maanden fors verslechterd. Wij zijn daarin niet uniek, omdat de belangrijkste oorzaken liggen in besluitvorming op rijksniveau, en als er géén corrigerende maatregelen komen, maakt dat de opdracht lastig.

In de programmabegroting van 2021 en de meerjarenramingen 2022-2023 is een dekkingsplan opgenomen. Dit dekkingsplan is reeds meegenomen in de cijfers voor de programmabegroting 2022 en meerjarenramingen 2023-2025.